BWBR0012615
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 5
Regeling paardensperma
1. Ten behoeve van het toezicht, bedoeld in Bijlage D, Hoofdstuk I, van richtlijn 92/65/EEG, heeft de eigenaar of exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger voorzien in het opstellen van:
a. voorschriften inzake: de reiniging en ontsmetting van de apparatuur die bij het verkrijgen en behandelen in contact komt met het sperma of met het donordier;
het winnen, bewerken en opslaan van sperma;
de reiniging en ontsmetting van de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel 1, punt 1.2, van richtlijn 92/65/EEG bedoelde ruimten en voorzieningen;
de toegang tot de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel 1, punt 1.2, van richtlijn 92/65/EEG bedoelde werkruimten, en
de wijze van kleding van personeel en bezoekers;
de reiniging en ontsmetting van de apparatuur die bij het verkrijgen en behandelen in contact komt met het sperma of met het donordier;
het winnen, bewerken en opslaan van sperma;
de reiniging en ontsmetting van de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel 1, punt 1.2, van richtlijn 92/65/EEG bedoelde ruimten en voorzieningen;
de toegang tot de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel 1, punt 1.2, van richtlijn 92/65/EEG bedoelde werkruimten, en
de wijze van kleding van personeel en bezoekers;
b. een productieprotocol, waarin voor de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel 1, punt 1.2, van richtlijn 92/65/EEG, bedoelde ruimten en voorzieningen, de productieprocessen chronologisch en gedetailleerd beschreven zijn, en
c. een kwaliteitsbeheersingsplan, waarin ter waarborging van een correcte uitvoering en registratie van de in onderdeel b bedoelde productieprocessen, de in acht te nemen werkwijzen chronologisch en gedetailleerd zijn vastgelegd.
2. De eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger zorgt dat het personeel zijn werkzaamheden verricht overeenkomstig de wettelijke bepalingen en daarop gebaseerde interne procedures en voorschriften, draagt er zorg voor dat de dierenarts van het centrum toeziet op een correcte uitvoering van de werkzaamheden door het personeel en geeft de dierenarts van het centrum de hiervoor benodigde instructies.
3. De in het eerste lid bedoelde voorschriften, procedures en protocollen en de wijzigingen daarvan, behoeven de goedkeuring van de minister.
a. voorschriften inzake: de reiniging en ontsmetting van de apparatuur die bij het verkrijgen en behandelen in contact komt met het sperma of met het donordier;
het winnen, bewerken en opslaan van sperma;
de reiniging en ontsmetting van de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel 1, punt 1.2, van richtlijn 92/65/EEG bedoelde ruimten en voorzieningen;
de toegang tot de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel 1, punt 1.2, van richtlijn 92/65/EEG bedoelde werkruimten, en
de wijze van kleding van personeel en bezoekers;
de reiniging en ontsmetting van de apparatuur die bij het verkrijgen en behandelen in contact komt met het sperma of met het donordier;
het winnen, bewerken en opslaan van sperma;
de reiniging en ontsmetting van de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel 1, punt 1.2, van richtlijn 92/65/EEG bedoelde ruimten en voorzieningen;
de toegang tot de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel 1, punt 1.2, van richtlijn 92/65/EEG bedoelde werkruimten, en
de wijze van kleding van personeel en bezoekers;
b. een productieprotocol, waarin voor de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel 1, punt 1.2, van richtlijn 92/65/EEG, bedoelde ruimten en voorzieningen, de productieprocessen chronologisch en gedetailleerd beschreven zijn, en
c. een kwaliteitsbeheersingsplan, waarin ter waarborging van een correcte uitvoering en registratie van de in onderdeel b bedoelde productieprocessen, de in acht te nemen werkwijzen chronologisch en gedetailleerd zijn vastgelegd.
2. De eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger zorgt dat het personeel zijn werkzaamheden verricht overeenkomstig de wettelijke bepalingen en daarop gebaseerde interne procedures en voorschriften, draagt er zorg voor dat de dierenarts van het centrum toeziet op een correcte uitvoering van de werkzaamheden door het personeel en geeft de dierenarts van het centrum de hiervoor benodigde instructies.
3. De in het eerste lid bedoelde voorschriften, procedures en protocollen en de wijzigingen daarvan, behoeven de goedkeuring van de minister.