BWBR0012615
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 11
Regeling paardensperma
1. De eigenaar of exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger beschikt over een vanuit één plaats op het paardenspermawincentrum te raadplegen register, dat dagelijks wordt bijgehouden en dat zodanig is ingericht, dat daaruit op elk moment op eenvoudige wijze met betrekking elke winning kan worden afgeleid:
a. het aan de winning toegekende identificatienummer;
b. de datum van de winning en behandeling;
c. de eventuele calamiteiten die zich bij de winning hebben voorgedaan.
d. het identificatienummer van de hengst waarvan het sperma is gewonnen, en
e. het aantal doses waarin de winning is verdeeld.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden bewaard tot drie jaar nadat de laatste dosis van de betrokken winning van het paardenspermawincentrum is afgevoerd.
a. het aan de winning toegekende identificatienummer;
b. de datum van de winning en behandeling;
c. de eventuele calamiteiten die zich bij de winning hebben voorgedaan.
d. het identificatienummer van de hengst waarvan het sperma is gewonnen, en
e. het aantal doses waarin de winning is verdeeld.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden bewaard tot drie jaar nadat de laatste dosis van de betrokken winning van het paardenspermawincentrum is afgevoerd.