BWBR0012615
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 3
Regeling paardensperma
1. De op het paardenspermawincentrum aanwezige hengsten voldoen aan Bijlage D, Hoofdstuk II, onderdeel I van Richtlijn 92/65/EEG.
2. De op het paardenspermawincentrum aanwezige overige dan in het eerste lid bedoelde paardachtigen voldoen aan Bijlage D, Hoofdstuk II, onderdeel I, subonderdeel 1, punt 1.1, punt 1.2 en punt 1.3, van Richtlijn 92/65/EEG.
3. Paardenspermawincentra die overeenkomstig de door het bestuur van het Productschap Vee en Vlees op 9 februari 2000 vastgestelde Algemene voorwaarden certificering hengstenhouderij zijn ingeschreven in het in deze algemene voorwaarden genoemde certificeringsregister, zijn vrijgesteld van de verplichting om bij de op het paardenspermawincentrum aanwezige hengsten de in Bijlage D, Hoofdstuk II, onderdeel I, punt 1.5 en 1.6 genoemde tests en testsprogramma's te verrichten.
4. De in het derde lid bedoelde algemene voorwaarden liggen ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
2. De op het paardenspermawincentrum aanwezige overige dan in het eerste lid bedoelde paardachtigen voldoen aan Bijlage D, Hoofdstuk II, onderdeel I, subonderdeel 1, punt 1.1, punt 1.2 en punt 1.3, van Richtlijn 92/65/EEG.
3. Paardenspermawincentra die overeenkomstig de door het bestuur van het Productschap Vee en Vlees op 9 februari 2000 vastgestelde Algemene voorwaarden certificering hengstenhouderij zijn ingeschreven in het in deze algemene voorwaarden genoemde certificeringsregister, zijn vrijgesteld van de verplichting om bij de op het paardenspermawincentrum aanwezige hengsten de in Bijlage D, Hoofdstuk II, onderdeel I, punt 1.5 en 1.6 genoemde tests en testsprogramma's te verrichten.
4. De in het derde lid bedoelde algemene voorwaarden liggen ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.