BWBR0012615
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 14
Regeling paardensperma
1. Een partij sperma gaat bij afvoer van de kadastrale eenheid, waarop het paardenspermawincentrum is gelegen, vergezeld van een geleidebiljet, waarop met betrekking tot de partij de volgende gegevens zijn vermeld:
a. de datum van afvoer;
b. het identificatienummer van het betrokken sperma;
c. het identificatienummer van de hengst waarvan het sperma is gewonnen;
d. het aantal doses sperma;
e. de naam en het adres van de ontvanger, en
f. indien het buiten Nederland gewonnen sperma betreft, het nummer van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 9.5, onderdeel c, of in artikel 9.6, derde lid, onderdeel c, van de Regeling handel levende dieren en levende producten, alsmede de datum waarop dit sperma binnen Nederland is gebracht.
2. In afwijking van het eerste lid gaat een partij sperma bij afvoer van de kadastrale eenheid, waarop het paardenspermawincentrum is gelegen, vergezeld van:
a. een nationaal document, overeenkomstig de eisen op grond van 11, tweede lid, vierde gedachtestreepje, van richtlijn 92/65/EEG, indien een partij sperma bestemd is om overeenkomstig de Regeling handel levende dieren en levende producten buiten Nederland te worden gebracht, en voorafgaand daaraan in Nederland vervoerd wordt naar een nationaal spermawincentrum of nationaal spermaopslagcentrum of meerdere spermawincentra of spermaopslagcentra, of
b. een document als bedoeld in artikel 9.2, onderdeel c, van de Regeling handel levende dieren en levende producten, indien een partij sperma overeenkomstig die regeling rechtstreeks buiten Nederland wordt gebracht.
a. de datum van afvoer;
b. het identificatienummer van het betrokken sperma;
c. het identificatienummer van de hengst waarvan het sperma is gewonnen;
d. het aantal doses sperma;
e. de naam en het adres van de ontvanger, en
f. indien het buiten Nederland gewonnen sperma betreft, het nummer van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 9.5, onderdeel c, of in artikel 9.6, derde lid, onderdeel c, van de Regeling handel levende dieren en levende producten, alsmede de datum waarop dit sperma binnen Nederland is gebracht.
2. In afwijking van het eerste lid gaat een partij sperma bij afvoer van de kadastrale eenheid, waarop het paardenspermawincentrum is gelegen, vergezeld van:
a. een nationaal document, overeenkomstig de eisen op grond van 11, tweede lid, vierde gedachtestreepje, van richtlijn 92/65/EEG, indien een partij sperma bestemd is om overeenkomstig de Regeling handel levende dieren en levende producten buiten Nederland te worden gebracht, en voorafgaand daaraan in Nederland vervoerd wordt naar een nationaal spermawincentrum of nationaal spermaopslagcentrum of meerdere spermawincentra of spermaopslagcentra, of
b. een document als bedoeld in artikel 9.2, onderdeel c, van de Regeling handel levende dieren en levende producten, indien een partij sperma overeenkomstig die regeling rechtstreeks buiten Nederland wordt gebracht.