BWBR0012377
Geldig vanaf 2001-04-04
Artikel 18
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ
1. De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zijn werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in artikel 7, eerste lid, en voorzover van toepassing voor aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 8tot en met 14, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatieonderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen of aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers.
2. Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat:
a. slechts ondermandaat, volmacht en machtiging kan worden verleend aan de plaatsvervanger van het hoofd van dienst;
b. aan hoofden van ondergeschikte organisatieonderdelen en andere functionarissen slechts ondermandaat, volmacht en machtiging kan worden verleend voorzover het betreft: 1º het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel overeenkomstig de door de hoofden van dienst daartoe vastgestelde opleidingsplannen;
2º verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van personeel;
3º verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die de hoofden van dienst zijn aangegaan voor het aantrekken van servicekrachten;
4º het verlenen van vakantie, kort buitengewoon verlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof;
5º het accorderen van reisdeclaraties.
1º het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel overeenkomstig de door de hoofden van dienst daartoe vastgestelde opleidingsplannen;
2º verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van personeel;
3º verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die de hoofden van dienst zijn aangegaan voor het aantrekken van servicekrachten;
4º het verlenen van vakantie, kort buitengewoon verlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof;
5º het accorderen van reisdeclaraties.
3. De plaatsvervangend secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging die afwijkt van het tweede lid.
2. Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat:
a. slechts ondermandaat, volmacht en machtiging kan worden verleend aan de plaatsvervanger van het hoofd van dienst;
b. aan hoofden van ondergeschikte organisatieonderdelen en andere functionarissen slechts ondermandaat, volmacht en machtiging kan worden verleend voorzover het betreft: 1º het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel overeenkomstig de door de hoofden van dienst daartoe vastgestelde opleidingsplannen;
2º verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van personeel;
3º verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die de hoofden van dienst zijn aangegaan voor het aantrekken van servicekrachten;
4º het verlenen van vakantie, kort buitengewoon verlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof;
5º het accorderen van reisdeclaraties.
1º het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel overeenkomstig de door de hoofden van dienst daartoe vastgestelde opleidingsplannen;
2º verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van personeel;
3º verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die de hoofden van dienst zijn aangegaan voor het aantrekken van servicekrachten;
4º het verlenen van vakantie, kort buitengewoon verlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof;
5º het accorderen van reisdeclaraties.
3. De plaatsvervangend secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging die afwijkt van het tweede lid.