BWBR0012377
Geldig vanaf 2001-04-04
Artikel 13
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ
Aan de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. de P&O-aangelegenheden van de Dienst uitvoering en toezicht energie;
b. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, tegen besluiten die zijn gebaseerd op de artikelen genoemd in artikel 14;
c. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften die zijn gericht tegen een besluit op grond van de in artikel 14 genoemde artikelen van de Elektriciteitswet 1998 of de Gaswet dat vóór of op 1 januari 2001 is voorbereid door of namens de directeur van de Dienst uitvoering en toezicht energie, en is genomen en ondertekend namens de Minister van Economische Zaken door één van de hoofden van dienst, bedoeld in artikel 1;
d. de voorbereiding van een beslissing op bezwaar en de behandeling van een beroepschrift, dat is gericht tegen een besluit op grond de in artikel 14 genoemde artikelen van de Elektriciteitswet 1998 of Gaswet dat vóór 1 januari 2001 is voorbereid door of namens de directeur van de Dienst uitvoering en toezicht energie en dat is genomen en ondertekend door de Minister van Economische Zaken.
a. de P&O-aangelegenheden van de Dienst uitvoering en toezicht energie;
b. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, tegen besluiten die zijn gebaseerd op de artikelen genoemd in artikel 14;
c. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften die zijn gericht tegen een besluit op grond van de in artikel 14 genoemde artikelen van de Elektriciteitswet 1998 of de Gaswet dat vóór of op 1 januari 2001 is voorbereid door of namens de directeur van de Dienst uitvoering en toezicht energie, en is genomen en ondertekend namens de Minister van Economische Zaken door één van de hoofden van dienst, bedoeld in artikel 1;
d. de voorbereiding van een beslissing op bezwaar en de behandeling van een beroepschrift, dat is gericht tegen een besluit op grond de in artikel 14 genoemde artikelen van de Elektriciteitswet 1998 of Gaswet dat vóór 1 januari 2001 is voorbereid door of namens de directeur van de Dienst uitvoering en toezicht energie en dat is genomen en ondertekend door de Minister van Economische Zaken.