BWBR0012184
Geldig vanaf 2001-02-08
Artikel 8
Regeling Stimulans innovatieve leeromgevingen BVE 2001-2004
1. De minister beslist uiterlijk dertien weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 4, tweede lid, waarin de aanvraag is ingediend, op de aanvraag. Indien de minister niet binnen dertien weken kan beslissen, deelt hij de aanvrager mede binnen welke termijn de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.
2. De minister wijkt niet dan gemotiveerd af van het advies van de jury.
3. De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:
a. de jury een negatief advies heeft uitgebracht;
b. niet of niet volledig is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5, met dien verstande dat indien de aanvraag onvolledig is de minister de aanvrager hiervan in kennis stelt en de aanvrager de gelegenheid geeft de aanvraag binnen twee weken na kennisgeving aan te vullen.
4. Onverminderd het bepaalde in deze regeling kan de minister aanvragen waarin niet geheel voldaan is aan de samenstellingsvoorschriften van het consortium, maar die wel een positief advies van de jury hebben gekregen, honoreren mits aan de overige voorwaarden is voldaan.
5. De minister verdeelt het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, in de volgorde van de door de jury bepaalde rangschikking, bedoeld in artikel 7, derde lid.
6. De minister kan afwijken van het door de jury uitgebrachte advies, indien het advies in strijd is met deze regeling dan wel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.
7. Bijdrageverlening geschiedt onder de voorwaarde dat bij de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
8. Bij het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in het zesde lid, worden de op grond van artikel 4 verleende bijdragen verlaagd tot het bedrag van de bijdrage dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal aanvragers aan wie een bijdrage is verleend en van de hoogte van de verleende bijdragen.
2. De minister wijkt niet dan gemotiveerd af van het advies van de jury.
3. De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:
a. de jury een negatief advies heeft uitgebracht;
b. niet of niet volledig is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5, met dien verstande dat indien de aanvraag onvolledig is de minister de aanvrager hiervan in kennis stelt en de aanvrager de gelegenheid geeft de aanvraag binnen twee weken na kennisgeving aan te vullen.
4. Onverminderd het bepaalde in deze regeling kan de minister aanvragen waarin niet geheel voldaan is aan de samenstellingsvoorschriften van het consortium, maar die wel een positief advies van de jury hebben gekregen, honoreren mits aan de overige voorwaarden is voldaan.
5. De minister verdeelt het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, in de volgorde van de door de jury bepaalde rangschikking, bedoeld in artikel 7, derde lid.
6. De minister kan afwijken van het door de jury uitgebrachte advies, indien het advies in strijd is met deze regeling dan wel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.
7. Bijdrageverlening geschiedt onder de voorwaarde dat bij de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
8. Bij het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in het zesde lid, worden de op grond van artikel 4 verleende bijdragen verlaagd tot het bedrag van de bijdrage dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal aanvragers aan wie een bijdrage is verleend en van de hoogte van de verleende bijdragen.