BWBR0012184
Geldig vanaf 2001-02-08
Artikel 12
Regeling Stimulans innovatieve leeromgevingen BVE 2001-2004
1. De aanvrager dient elke zes maanden gedurende de looptijd van het project een rapportage in, waarin de voortgang van het project inhoudelijk en financieel beschreven is.
2. De aanvrager verantwoordt de aanvullende vergoeding door een inhoudelijke verantwoording van de in artikel 4 bedoelde verplichtingen en een financiële verantwoording in de jaarrekening.
3. De aanvrager zendt de inhoudelijke verantwoording, bedoeld in het tweede lid, uiterlijk zes weken na voltooiing van het project aan de minister.
4. De aanvrager verantwoordt de aanvullende vergoeding afzonderlijk bij de jaarrekening over het kalenderjaar waarin het project is voltooid volgens de voorschriften zoals opgenomen in de OcenW-Richtlijnen Financieel Jaarverslag. Deze verantwoording wordt gezien als de eindafrekening.
5. De eindafrekening bevat een overzicht van de verstrekte aanvullende vergoeding, de uitgaven die ten laste van deze vergoeding zijn gebracht en het eindsaldo.
6. In de jaarrekening van het jaar of de jaren, waarin het project nog niet is voltooid, wordt aangegeven wat de stand is van de uitgaven in relatie tot de aanvullende vergoeding.
7. In de eindafrekening en het verslag van de projectactiviteiten wordt tot uitdrukking gebracht in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van de projectactiviteiten waarvoor aanvullende vergoeding is verstrekt en van de daarmee behaalde resultaten alsmede van een doelmatige aanwending van de aanvullende vergoeding.
8. Het verslag van de projectactiviteiten bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor aanvullende vergoeding is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.
9. Het verslag van de projectactiviteiten bevat, voorzover van toepassing, een analyse van de verschillen tussen de voorgenomen projectactiviteiten en beoogde resultaten, vermeld in het projectplan, en de feitelijke realisatie.
2. De aanvrager verantwoordt de aanvullende vergoeding door een inhoudelijke verantwoording van de in artikel 4 bedoelde verplichtingen en een financiële verantwoording in de jaarrekening.
3. De aanvrager zendt de inhoudelijke verantwoording, bedoeld in het tweede lid, uiterlijk zes weken na voltooiing van het project aan de minister.
4. De aanvrager verantwoordt de aanvullende vergoeding afzonderlijk bij de jaarrekening over het kalenderjaar waarin het project is voltooid volgens de voorschriften zoals opgenomen in de OcenW-Richtlijnen Financieel Jaarverslag. Deze verantwoording wordt gezien als de eindafrekening.
5. De eindafrekening bevat een overzicht van de verstrekte aanvullende vergoeding, de uitgaven die ten laste van deze vergoeding zijn gebracht en het eindsaldo.
6. In de jaarrekening van het jaar of de jaren, waarin het project nog niet is voltooid, wordt aangegeven wat de stand is van de uitgaven in relatie tot de aanvullende vergoeding.
7. In de eindafrekening en het verslag van de projectactiviteiten wordt tot uitdrukking gebracht in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van de projectactiviteiten waarvoor aanvullende vergoeding is verstrekt en van de daarmee behaalde resultaten alsmede van een doelmatige aanwending van de aanvullende vergoeding.
8. Het verslag van de projectactiviteiten bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor aanvullende vergoeding is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.
9. Het verslag van de projectactiviteiten bevat, voorzover van toepassing, een analyse van de verschillen tussen de voorgenomen projectactiviteiten en beoogde resultaten, vermeld in het projectplan, en de feitelijke realisatie.