BWBR0012184
Geldig vanaf 2001-02-08
Artikel 4
Regeling Stimulans innovatieve leeromgevingen BVE 2001-2004
1. De minister verleent op aanvraag aan een aanvrager een bijdrage voor een door het consortium uit te voeren project als bedoeld in artikel 2.
2. Een aanvraag om bijdrage voor 2001 wordt in de periode van 2 januari tot en met 30 maart, of in de periode van 2 april tot en met 14 september van 2001 schriftelijk ingediend bij Senter.
3. De minister maakt in de publicatie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, tevens de periodes van indiening van de aanvraag op grond van deze regeling voor het eerstvolgende kalenderjaar bekend.
4. De bijdrage voor het project bedraagt voor aanvragen gedaan in 2001 ten hoogste ƒ 600.000. Voor aanvragen ingediend vanaf 1 januari 2002 bedraagt de bijdrage ten hoogste 300.000 Euro.
5. Indien voor het project vanwege een gemeente, een provincie, of de rijksoverheid, een subsidie is of wordt verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag als bijdrage ter beschikking gesteld, dat per project het totale bedrag aan bijdrage en subsidie niet meer bedraagt dan vijftig procent van de kosten van het project.
6. De aanvraag bevat in ieder geval een projectvoorstel dat bestaat uit een volledig ingevuld en door de aanvrager ondertekend aanvraagformulier dat vergezeld gaat van:
a. een projectplan;
b. een samenwerkingsovereenkomst;
c. een machtiging van de organisaties of natuurlijke personen van het consortium ten behoeve van de aanvrager,
d. een begroting.
7. Voor de berekening van de hoogte van de bijdrage komen voor de kosten van het project uitsluitend in aanmerking:
a. loonkosten van personeel van een of meer organisaties of natuurlijke personen van het consortium;
b. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verrichtte arbeid in het kader van het project;
c. een opslag voor algemene kosten, niet hoger dan veertig procent van de onder a bedoelde loonkosten van het project;
d. materiaalkosten van het project.
8. Het aandeel in de kosten van het project dat aan derden wordt besteed, bedraagt maximaal vijfentwintig procent van de kosten van het project.
2. Een aanvraag om bijdrage voor 2001 wordt in de periode van 2 januari tot en met 30 maart, of in de periode van 2 april tot en met 14 september van 2001 schriftelijk ingediend bij Senter.
3. De minister maakt in de publicatie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, tevens de periodes van indiening van de aanvraag op grond van deze regeling voor het eerstvolgende kalenderjaar bekend.
4. De bijdrage voor het project bedraagt voor aanvragen gedaan in 2001 ten hoogste ƒ 600.000. Voor aanvragen ingediend vanaf 1 januari 2002 bedraagt de bijdrage ten hoogste 300.000 Euro.
5. Indien voor het project vanwege een gemeente, een provincie, of de rijksoverheid, een subsidie is of wordt verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag als bijdrage ter beschikking gesteld, dat per project het totale bedrag aan bijdrage en subsidie niet meer bedraagt dan vijftig procent van de kosten van het project.
6. De aanvraag bevat in ieder geval een projectvoorstel dat bestaat uit een volledig ingevuld en door de aanvrager ondertekend aanvraagformulier dat vergezeld gaat van:
a. een projectplan;
b. een samenwerkingsovereenkomst;
c. een machtiging van de organisaties of natuurlijke personen van het consortium ten behoeve van de aanvrager,
d. een begroting.
7. Voor de berekening van de hoogte van de bijdrage komen voor de kosten van het project uitsluitend in aanmerking:
a. loonkosten van personeel van een of meer organisaties of natuurlijke personen van het consortium;
b. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verrichtte arbeid in het kader van het project;
c. een opslag voor algemene kosten, niet hoger dan veertig procent van de onder a bedoelde loonkosten van het project;
d. materiaalkosten van het project.
8. Het aandeel in de kosten van het project dat aan derden wordt besteed, bedraagt maximaal vijfentwintig procent van de kosten van het project.