BWBR0012184
Geldig vanaf 2001-02-08
Artikel 7
Regeling Stimulans innovatieve leeromgevingen BVE 2001-2004
1. De minister wint omtrent een aanvraag het advies in van de jury Stimulans innovatieve leeromgevingen.
2. De jury geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies:
a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling en de daarop berustende bepalingen;
b. indien de jury van mening is dat in onvoldoende mate sprake is van het vermogen om een verbetering aan te brengen in het primaire onderwijsproces bij de instellingen met gebruikmaking van informatie- en communicatietechnologie;
c. indien de samenstelling van het consortium, de samenwerkingsbereidheid en de aanwezige deskundigheid binnen het consortium naar het oordeel van de jury geen vertrouwen biedt in het tot een goed einde brengen van het project.
3. De jury rangschikt de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een aanvraag in een periode hoger gerangschikt wordt naar de mate waarin het project meer geschikt is om bij te dragen aan de doelstelling van de regeling, en voor zover de helft van het totale bedrag genoemd in artikel 3, eerste lid, in de eerste periode en het totale bedrag, genoemd in artikel 3, eerste lid, in de tweede periode, door verlening van de gevraagde bijdrage niet wordt overschreden. De jury vergelijkt de aanvragen en let daarbij in het bijzonder op:
a. samenwerking;
b. inhoud;
c. verstrekkendheid van het project, en
d. de kwaliteit van de projectorganisatie.
2. De jury geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies:
a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling en de daarop berustende bepalingen;
b. indien de jury van mening is dat in onvoldoende mate sprake is van het vermogen om een verbetering aan te brengen in het primaire onderwijsproces bij de instellingen met gebruikmaking van informatie- en communicatietechnologie;
c. indien de samenstelling van het consortium, de samenwerkingsbereidheid en de aanwezige deskundigheid binnen het consortium naar het oordeel van de jury geen vertrouwen biedt in het tot een goed einde brengen van het project.
3. De jury rangschikt de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een aanvraag in een periode hoger gerangschikt wordt naar de mate waarin het project meer geschikt is om bij te dragen aan de doelstelling van de regeling, en voor zover de helft van het totale bedrag genoemd in artikel 3, eerste lid, in de eerste periode en het totale bedrag, genoemd in artikel 3, eerste lid, in de tweede periode, door verlening van de gevraagde bijdrage niet wordt overschreden. De jury vergelijkt de aanvragen en let daarbij in het bijzonder op:
a. samenwerking;
b. inhoud;
c. verstrekkendheid van het project, en
d. de kwaliteit van de projectorganisatie.