BWBR0011788
Geldig vanaf 2000-12-01
Artikel 9
Wet stedelijke vernieuwing
1. Aan de verlening van investeringsbudget kunnen verplichtingen worden verbonden, voorzover de verwezenlijking van het doel van het investeringsbudget dit vordert. De verplichtingen kunnen slechts betrekking hebben op aangelegenheden ten aanzien waarvan Onze Minister onderscheidenlijk gedeputeerde staten op grond van een wettelijk voorschrift bevoegdheid hebben.
2. Aan de verlening van investeringsbudget is in elk geval de verplichting verbonden dat:
a. indien de ingevolge artikel 7, tweede lid, vastgestelde landelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing gedurende het investeringstijdvak worden gewijzigd, het ontwikkelingsprogramma voorzover mogelijk hieraan wordt aangepast, en
b. indien een gemeentelijke beleidswijziging leidt tot wijziging van de gemeentelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing gedurende het investeringstijdvak, het ontwikkelingsprogramma slechts wordt aangepast na instemming van Onze Minister, gehoord gedeputeerde staten, dan wel, indien van toepassing, het dagelijks bestuur van de plusregio, onderscheidenlijk na instemming van gedeputeerde staten, gehoord, indien van toepassing, het dagelijks bestuur van de plusregio.
3. De aan de verlening van investeringsbudget verbonden verplichtingen kunnen na die verlening worden uitgewerkt, voorzover de beschikking tot verlening dit vermeldt.
2. Aan de verlening van investeringsbudget is in elk geval de verplichting verbonden dat:
a. indien de ingevolge artikel 7, tweede lid, vastgestelde landelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing gedurende het investeringstijdvak worden gewijzigd, het ontwikkelingsprogramma voorzover mogelijk hieraan wordt aangepast, en
b. indien een gemeentelijke beleidswijziging leidt tot wijziging van de gemeentelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing gedurende het investeringstijdvak, het ontwikkelingsprogramma slechts wordt aangepast na instemming van Onze Minister, gehoord gedeputeerde staten, dan wel, indien van toepassing, het dagelijks bestuur van de plusregio, onderscheidenlijk na instemming van gedeputeerde staten, gehoord, indien van toepassing, het dagelijks bestuur van de plusregio.
3. De aan de verlening van investeringsbudget verbonden verplichtingen kunnen na die verlening worden uitgewerkt, voorzover de beschikking tot verlening dit vermeldt.