BWBR0011788
Geldig vanaf 2000-12-01
Artikel 5
Wet stedelijke vernieuwing
1. Onze Minister kan aan gemeenten investeringsbudget verstrekken ten behoeve van de uitvoering van het gemeentelijke beleid inzake stedelijke vernieuwing.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden de gemeenten aangewezen, waaraan Onze Minister, mede gelet op de aard en omvang van de stedelijke vernieuwingsopgave in die gemeenten, investeringsbudget kan verstrekken. De bij de maatregel aangewezen gemeenten blijven in elk geval voor de duur van een investeringstijdvak als zodanig aangewezen.
3. Ten behoeve van andere gemeenten dan die, bedoeld in het tweede lid, verstrekt Onze Minister de middelen voor investeringsbudget aan de onderscheidene provincies. Onze Minister kan hieraan voorschriften verbinden.
4. Gedeputeerde staten kunnen investeringsbudget verstrekken aan de gemeenten, bedoeld in het derde lid, ten behoeve van de uitvoering van het gemeentelijke beleid inzake stedelijke vernieuwing.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden de gemeenten aangewezen, waaraan Onze Minister, mede gelet op de aard en omvang van de stedelijke vernieuwingsopgave in die gemeenten, investeringsbudget kan verstrekken. De bij de maatregel aangewezen gemeenten blijven in elk geval voor de duur van een investeringstijdvak als zodanig aangewezen.
3. Ten behoeve van andere gemeenten dan die, bedoeld in het tweede lid, verstrekt Onze Minister de middelen voor investeringsbudget aan de onderscheidene provincies. Onze Minister kan hieraan voorschriften verbinden.
4. Gedeputeerde staten kunnen investeringsbudget verstrekken aan de gemeenten, bedoeld in het derde lid, ten behoeve van de uitvoering van het gemeentelijke beleid inzake stedelijke vernieuwing.