BWBR0011788
Geldig vanaf 2000-12-01
Artikel 17
Wet stedelijke vernieuwing
1. Onze Minister kan een provincie een aanwijzing geven, indien:
a. de verdeling van de door haar verkregen middelen ten behoeve van het aan gemeenten te verlenen investeringsbudget, of
b. de wijze van beoordeling van de aanvragen om investeringsbudget van de gemeenten naar zijn oordeel niet verenigbaar is met de bij of krachtens deze wet gegeven regels.
2. Onze Minister kan een provincie tevens een aanwijzing geven, indien het provinciale budget niet is besteed ten behoeve van verlening van investeringsbudget.
3. Indien naar het oordeel van Onze Minister genoegzaam vaststaat dat met het geven van een aanwijzing niet kan worden volstaan, dan wel dat daarvan in redelijkheid onvoldoende resultaat kan worden verwacht, kan hij het door hem aan de provincie ter beschikking gestelde budget geheel of gedeeltelijk terugvorderen voorzover na de dag waarop de betrokken verantwoordingsinformatie is ingediend nog geen vijf jaren zijn verstreken.
a. de verdeling van de door haar verkregen middelen ten behoeve van het aan gemeenten te verlenen investeringsbudget, of
b. de wijze van beoordeling van de aanvragen om investeringsbudget van de gemeenten naar zijn oordeel niet verenigbaar is met de bij of krachtens deze wet gegeven regels.
2. Onze Minister kan een provincie tevens een aanwijzing geven, indien het provinciale budget niet is besteed ten behoeve van verlening van investeringsbudget.
3. Indien naar het oordeel van Onze Minister genoegzaam vaststaat dat met het geven van een aanwijzing niet kan worden volstaan, dan wel dat daarvan in redelijkheid onvoldoende resultaat kan worden verwacht, kan hij het door hem aan de provincie ter beschikking gestelde budget geheel of gedeeltelijk terugvorderen voorzover na de dag waarop de betrokken verantwoordingsinformatie is ingediend nog geen vijf jaren zijn verstreken.