BWBR0011673
Geldig vanaf 2000-10-21
Artikel 7.1
Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving
1. De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de mijnen zijn mede belast met het toezicht op de naleving van de Warenweten de daarop berustende bepalingen bij of in verband met:
a. verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen als bedoeld in de Mijnbouwwet;
b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, in artikel 6.5, aanhef en onderdeel c, van de Waterwet of in artikel 12 van de Wet windenergie op zee nodig is, die zich in de territoriale zee of op het continentaal plat bevinden.
2. De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de Mijnen worden aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, wordt opgedragen met betrekking tot:
a. arbeid op, vanaf of ten behoeve van een mijnbouwinstallatie of op een mijnbouwlocatie alsmede met betrekking tot arbeid die direct verband houdt met mijnbouwkundige activiteiten die niet plaatsvinden op, vanaf of ten behoeve van een mijnbouwinstallatie of op een mijnbouwlocatie;
b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, in artikel 6.5, aanhef en onderdeel c, van de Waterwet of in artikel 12 van de Wet windenergie op zee nodig is, die zich in de territoriale zee of de exclusieve economische zone bevinden.
3. De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de mijnen zijn mede belast met het toezicht op de naleving van de Arbeidsomstandighedenweten de daarop berustende bepalingen met betrekking tot:
a. arbeid verricht bij of in verband met verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen als bedoeld in de Mijnbouwwet;
b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, in artikel 6.5, aanhef en onderdeel c, van de Waterwet of in artikel 12 van de Wet windenergie op zee nodig is, die zich in de territoriale zee of de exclusieve economische zone bevinden.
a. verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen als bedoeld in de Mijnbouwwet;
b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, in artikel 6.5, aanhef en onderdeel c, van de Waterwet of in artikel 12 van de Wet windenergie op zee nodig is, die zich in de territoriale zee of op het continentaal plat bevinden.
2. De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de Mijnen worden aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, wordt opgedragen met betrekking tot:
a. arbeid op, vanaf of ten behoeve van een mijnbouwinstallatie of op een mijnbouwlocatie alsmede met betrekking tot arbeid die direct verband houdt met mijnbouwkundige activiteiten die niet plaatsvinden op, vanaf of ten behoeve van een mijnbouwinstallatie of op een mijnbouwlocatie;
b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, in artikel 6.5, aanhef en onderdeel c, van de Waterwet of in artikel 12 van de Wet windenergie op zee nodig is, die zich in de territoriale zee of de exclusieve economische zone bevinden.
3. De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de mijnen zijn mede belast met het toezicht op de naleving van de Arbeidsomstandighedenweten de daarop berustende bepalingen met betrekking tot:
a. arbeid verricht bij of in verband met verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen als bedoeld in de Mijnbouwwet;
b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, in artikel 6.5, aanhef en onderdeel c, van de Waterwet of in artikel 12 van de Wet windenergie op zee nodig is, die zich in de territoriale zee of de exclusieve economische zone bevinden.