BWBR0011673
Geldig vanaf 2000-10-21
Artikel 3.6
Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving
1. De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.3, worden voor de in dat artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 9, eerste lid, 27, eerste lid, 28, eerste lid, 28b en 29, vierde lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: 3.5h, vijfde lid, 7.4a, zesde lid, 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, en 7.29, tiende lid.
2. De inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 10 van de Schepenwet, wordt voor de in artikel 3.3bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: artikel 30, tweede lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: artikel 4.47c, eerste lid.
a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 9, eerste lid, 27, eerste lid, 28, eerste lid, 28b en 29, vierde lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: 3.5h, vijfde lid, 7.4a, zesde lid, 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, en 7.29, tiende lid.
2. De inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 10 van de Schepenwet, wordt voor de in artikel 3.3bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: artikel 30, tweede lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: artikel 4.47c, eerste lid.