BWBR0011673
Geldig vanaf 2000-10-21
Artikel 4.1
Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving
1. De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2 van de Politiewet 2012, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen.
2. De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012, die zijn tewerkgesteld bij de Dienst infrastructuur van de Eenheid landelijke expertise en operaties van de politie of bij de dienst Zeehavenpolitie van de regionale eenheid Rotterdam, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet.
3. De ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b en c, van de Politiewet 2012zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwetvoor zover het betreft arbeid verricht in een voertuig op een openbare weg bestemd voor het vervoer van personen en voor welk vervoer op grond van de Wet personenvervoer 2000een vergunning is vereist.
2. De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012, die zijn tewerkgesteld bij de Dienst infrastructuur van de Eenheid landelijke expertise en operaties van de politie of bij de dienst Zeehavenpolitie van de regionale eenheid Rotterdam, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet.
3. De ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b en c, van de Politiewet 2012zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwetvoor zover het betreft arbeid verricht in een voertuig op een openbare weg bestemd voor het vervoer van personen en voor welk vervoer op grond van de Wet personenvervoer 2000een vergunning is vereist.