BWBR0011673
Geldig vanaf 2000-10-21
Artikel 1.1
Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving
1. De ambtenaren van de Nederlandse Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden aangewezen als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
a. de Arbeidsomstandighedenwet;
b. de Arbeidstijdenwet;
c. de Warenwet;
d. de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs;
e. de Wet arbeid vreemdelingen;
f. de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
g. de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
h. de Wet op de loonvorming;
i. de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie.
2. Het Hoofd van de Afdeling Boete, Dwangsom en Inning van de Nederlandse Arbeidsinspectie en de door het Hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, worden niet belast met het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid.
3. De Directie Opsporing van de Nederlandse Arbeidsinspectie wordt niet belast met het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de afdeling Recherche SZW.
a. de Arbeidsomstandighedenwet;
b. de Arbeidstijdenwet;
c. de Warenwet;
d. de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs;
e. de Wet arbeid vreemdelingen;
f. de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
g. de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
h. de Wet op de loonvorming;
i. de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie.
2. Het Hoofd van de Afdeling Boete, Dwangsom en Inning van de Nederlandse Arbeidsinspectie en de door het Hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, worden niet belast met het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid.
3. De Directie Opsporing van de Nederlandse Arbeidsinspectie wordt niet belast met het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de afdeling Recherche SZW.