BWBR0011673
Geldig vanaf 2000-10-21
Artikel 1.2
Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving
1. De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, worden aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen: artikel 21, eerste lid, tweede volzin;
b. de Wet op de loonvorming: artikel 15, eerste lid;
c. de Wet op de ondernemingsraden: artikel 49, eerste lid;
d. de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten: artikel 10, tweede zin;
e. de Ziektewet: artikel 39a, vierde lid.
2. De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, worden aangewezen als de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen onder hem ressorterende ambtenaar, bedoeld in artikel 23 van de Leerplichtwet 1969.
3. De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, worden aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 6, eerste lid, onderdeel b, en 7, eerste lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 1.5b, derde lid, 2.5g, eerste lid, 2.27, eerste lid, 2.42c, eerste en tweede lid, 3.5h, vijfde lid, 3.37b, eerste lid, 4.8, vierde lid, 4.9, derde lid, 4.10, derde lid, 4.10c, vijfde lid, 4.47c, eerste lid, 4.50, zesde lid, 4.54a, zesde lid, 4.54d, negende lid, 4.94, eerste lid, 4.95, 4.96, 6.10, achtste lid, 6.10a, tweede lid, onderdeel c, 6.16, achtste lid, 6.17, eerste lid, 6.19, tweede lid, 6.20b, vierde lid, 7.4a, zesde lid, 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, 7.29, tiende lid, 7.32, tweede lid, 9.5b, eerste lid, 9.15, onderdelen a en b, en 9.34, tweede lid;
c. de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 3.11, 3.12, eerste lid, en 3.13, derde lid, en 4.13;
d. het Besluit omgevingsrecht: artikel 6.15, eerste lid, onderdeel b;
e. het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998: de artikelen 9, derde en vierde lid, en 17, eerste lid.
4. De inspecteur-generaal van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 9, eerste lid, 28a, eerste lid, 28b, 29, vierde lid, en 30, tweede lid;
b. de Arbeidstijdenwet: de artikelen 3:3, eerste lid, 4:1, vijfde lid, en 8:2, eerste en tweede lid,8:3a, eerste lid;
c. de Wet arbeid vreemdelingen: artikel 17b, eerste lid en 19g, eerste lid, voor zover het betreft het besluit tot openbaarmaking van het feit dat een besluit is genomen als bedoeld in artikel 17b, tweede lid;
d. de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag: artikel 18i, eerste lid en 18pa, eerste lid, voor zover het betreft het besluit tot openbaarmaking van het feit dat een besluit is genomen als bedoeld in artikel 18i, tweede lid;
e. de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs: artikel 22, eerste lid en 15b, eerste lid, voor zover het betreft het besluit tot openbaarmaking van het feit dat een besluit is genomen als bedoeld in artikel 22, tweede lid;
f. het Arbeidsomstandighedenbesluit: artikel 9.5b, tweede lid;
g. het Besluit risico’s zware ongevallen 2015: de artikelen 5, tweede lid, 13, 15, tweede lid, en 18, eerste lid;
h. het Vuurwerkbesluit: artikel 3.3.4.
5. De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, voor zover belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, worden aangewezen als toezichthouders als bedoeld in de artikelen 27, eerste lid, en artikel 28, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet.
6. De ambtenaren van de Nederlandse Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden aangewezen als:
− de ambtenaren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, verantwoordelijk voor de verwerking van gegevens ten behoeve van de administratieve samenwerking, bedoeld in dat artikel;
− de ambtenaren, bedoeld in artikel 9d van die wet, met wie documenten of berichten worden uitgewisseld door de contactpersoon;
− de ambtenaren, bedoeld in artikel 9f, tweede lid, van die wet, verantwoordelijk voor de gegevensuitwisseling via het IMI, bedoeld in dat artikel, na de detacheringsperiode;
− de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van die wet, bevoegd voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 1, elfde lid, van de mobiliteitsrichtlijn, bedoeld in artikel 9a van die wet;
− de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van die wet, bevoegd voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 6 van bijlage 31, deel A, afdeling 2, behorende bij artikel 463, vierde lid, van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst EU-VK, bedoeld in artikel 9a van die wet.
a. de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen: artikel 21, eerste lid, tweede volzin;
b. de Wet op de loonvorming: artikel 15, eerste lid;
c. de Wet op de ondernemingsraden: artikel 49, eerste lid;
d. de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten: artikel 10, tweede zin;
e. de Ziektewet: artikel 39a, vierde lid.
2. De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, worden aangewezen als de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen onder hem ressorterende ambtenaar, bedoeld in artikel 23 van de Leerplichtwet 1969.
3. De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, worden aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 6, eerste lid, onderdeel b, en 7, eerste lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 1.5b, derde lid, 2.5g, eerste lid, 2.27, eerste lid, 2.42c, eerste en tweede lid, 3.5h, vijfde lid, 3.37b, eerste lid, 4.8, vierde lid, 4.9, derde lid, 4.10, derde lid, 4.10c, vijfde lid, 4.47c, eerste lid, 4.50, zesde lid, 4.54a, zesde lid, 4.54d, negende lid, 4.94, eerste lid, 4.95, 4.96, 6.10, achtste lid, 6.10a, tweede lid, onderdeel c, 6.16, achtste lid, 6.17, eerste lid, 6.19, tweede lid, 6.20b, vierde lid, 7.4a, zesde lid, 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, 7.29, tiende lid, 7.32, tweede lid, 9.5b, eerste lid, 9.15, onderdelen a en b, en 9.34, tweede lid;
c. de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 3.11, 3.12, eerste lid, en 3.13, derde lid, en 4.13;
d. het Besluit omgevingsrecht: artikel 6.15, eerste lid, onderdeel b;
e. het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998: de artikelen 9, derde en vierde lid, en 17, eerste lid.
4. De inspecteur-generaal van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 9, eerste lid, 28a, eerste lid, 28b, 29, vierde lid, en 30, tweede lid;
b. de Arbeidstijdenwet: de artikelen 3:3, eerste lid, 4:1, vijfde lid, en 8:2, eerste en tweede lid,8:3a, eerste lid;
c. de Wet arbeid vreemdelingen: artikel 17b, eerste lid en 19g, eerste lid, voor zover het betreft het besluit tot openbaarmaking van het feit dat een besluit is genomen als bedoeld in artikel 17b, tweede lid;
d. de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag: artikel 18i, eerste lid en 18pa, eerste lid, voor zover het betreft het besluit tot openbaarmaking van het feit dat een besluit is genomen als bedoeld in artikel 18i, tweede lid;
e. de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs: artikel 22, eerste lid en 15b, eerste lid, voor zover het betreft het besluit tot openbaarmaking van het feit dat een besluit is genomen als bedoeld in artikel 22, tweede lid;
f. het Arbeidsomstandighedenbesluit: artikel 9.5b, tweede lid;
g. het Besluit risico’s zware ongevallen 2015: de artikelen 5, tweede lid, 13, 15, tweede lid, en 18, eerste lid;
h. het Vuurwerkbesluit: artikel 3.3.4.
5. De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, voor zover belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, worden aangewezen als toezichthouders als bedoeld in de artikelen 27, eerste lid, en artikel 28, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet.
6. De ambtenaren van de Nederlandse Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden aangewezen als:
− de ambtenaren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, verantwoordelijk voor de verwerking van gegevens ten behoeve van de administratieve samenwerking, bedoeld in dat artikel;
− de ambtenaren, bedoeld in artikel 9d van die wet, met wie documenten of berichten worden uitgewisseld door de contactpersoon;
− de ambtenaren, bedoeld in artikel 9f, tweede lid, van die wet, verantwoordelijk voor de gegevensuitwisseling via het IMI, bedoeld in dat artikel, na de detacheringsperiode;
− de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van die wet, bevoegd voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 1, elfde lid, van de mobiliteitsrichtlijn, bedoeld in artikel 9a van die wet;
− de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van die wet, bevoegd voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 6 van bijlage 31, deel A, afdeling 2, behorende bij artikel 463, vierde lid, van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst EU-VK, bedoeld in artikel 9a van die wet.