BWBR0011538
Geldig vanaf 2021-04-17
Artikel 30a
Staatsexamenbesluit VO
1. Een kandidaat is geslaagd voor het staatsexamen vwo met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor: 1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer berekend op grond van artikel 26a, tweede lid, en de vakken van het profieldeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,
1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer berekend op grond van artikel 26a, tweede lid, en de vakken van het profieldeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,
b. ten minste het eindcijfer 7 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 26a, en
c. alle centrale examens zijn afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.
2. Een kandidaat is geslaagd voor het staatsexamen havo met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor: 1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer berekend op grond van artikel 26a, tweede lid, en de vakken van het profieldeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,
1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer berekend op grond van artikel 26a, tweede lid, en de vakken van het profieldeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,
b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 26a, en
c. alle centrale examens zijn afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.
3. Een kandidaat is geslaagd voor het staatsexamen vmbo theoretische leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor: 1°. de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,
1°. de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,
b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor het profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 26, en
c. alle centrale examens zijn afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.
4. Een kandidaat is geslaagd voor het staatsexamen vmbo basisberoepsgerichte leerweg of kaderberoepsgerichte leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van: 1°. de eindcijfers voor het profielvak en de twee algemene vakken van het profieldeel, en
2°. het eindcijfer berekend op grond van artikel 26, derde lid,
1°. de eindcijfers voor het profielvak en de twee algemene vakken van het profieldeel, en
2°. het eindcijfer berekend op grond van artikel 26, derde lid,
b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 26, en
c. alle centrale examens zijn afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.
5. Een kandidaat is geslaagd voor het staatsexamen vmbo gemengde leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor: 1°. de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel, en
2°. het algemene vak uit het vrije deel of het eindcijfer berekend op grond van artikel 26, vierde lid, en
1°. de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel, en
2°. het algemene vak uit het vrije deel of het eindcijfer berekend op grond van artikel 26, vierde lid, en
b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor het profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 26.
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor: 1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer berekend op grond van artikel 26a, tweede lid, en de vakken van het profieldeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,
1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer berekend op grond van artikel 26a, tweede lid, en de vakken van het profieldeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,
b. ten minste het eindcijfer 7 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 26a, en
c. alle centrale examens zijn afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.
2. Een kandidaat is geslaagd voor het staatsexamen havo met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor: 1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer berekend op grond van artikel 26a, tweede lid, en de vakken van het profieldeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,
1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer berekend op grond van artikel 26a, tweede lid, en de vakken van het profieldeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,
b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 26a, en
c. alle centrale examens zijn afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.
3. Een kandidaat is geslaagd voor het staatsexamen vmbo theoretische leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor: 1°. de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,
1°. de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,
b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor het profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 26, en
c. alle centrale examens zijn afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.
4. Een kandidaat is geslaagd voor het staatsexamen vmbo basisberoepsgerichte leerweg of kaderberoepsgerichte leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van: 1°. de eindcijfers voor het profielvak en de twee algemene vakken van het profieldeel, en
2°. het eindcijfer berekend op grond van artikel 26, derde lid,
1°. de eindcijfers voor het profielvak en de twee algemene vakken van het profieldeel, en
2°. het eindcijfer berekend op grond van artikel 26, derde lid,
b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 26, en
c. alle centrale examens zijn afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.
5. Een kandidaat is geslaagd voor het staatsexamen vmbo gemengde leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor: 1°. de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel, en
2°. het algemene vak uit het vrije deel of het eindcijfer berekend op grond van artikel 26, vierde lid, en
1°. de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel, en
2°. het algemene vak uit het vrije deel of het eindcijfer berekend op grond van artikel 26, vierde lid, en
b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor het profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 26.