BWBR0011538
Geldig vanaf 2021-04-17
Artikel 18
Staatsexamenbesluit VO
1. Onze Minister zorgt voor het tijdig beschikbaar stellen van de opgaven, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Wet College voor toetsen en examensaan het College voor toetsen en examens.
2. Het College voor toetsen en examens zorgt ervoor dat de opgaven en correctievoorschriften voor het centraal examen geheim blijven tot de aanvang van de toets waarbij deze opgaven aan de kandidaten worden voorgelegd.
3. Tijdens een schriftelijke toets van het centraal examen worden aan de kandidaten geen mededelingen van welke aard ook aangaande de opgaven gedaan, uitgezonderd mededeling van door het College voor toetsen en examens vastgestelde errata.
4. Het College voor toetsen en examens draagt er zorg voor dat het nodige toezicht bij het centraal examen wordt uitgeoefend. Zij die toezicht hebben gehouden, maken daarvan een proces-verbaal op en leveren dit samen met het gemaakte examenwerk in bij het College voor toetsen en examens.
5. Een kandidaat die te laat komt, mag nog tot uiterlijk een half uur na de aanvang van een toets worden toegelaten.
6. De aan de kandidaten voorgelegde opgaven voor een schriftelijke toets van het centraal examen blijven in het examenlokaal tot het einde van die toets.
7. De kandidaten leveren de opgaven, de door hen gemaakte aantekeningen alsmede andere door hen gemaakte stukken in bij een van degenen die toezicht houden. Het College voor toetsen en examens bepaalt, in welke gevallen kan worden afgeweken van de eerste volzin, alsmede in welke gevallen en op welk tijdstip de opgaven, de aantekeningen en de andere stukken, bedoeld in die volzin, aan de kandidaten worden teruggegeven.
2. Het College voor toetsen en examens zorgt ervoor dat de opgaven en correctievoorschriften voor het centraal examen geheim blijven tot de aanvang van de toets waarbij deze opgaven aan de kandidaten worden voorgelegd.
3. Tijdens een schriftelijke toets van het centraal examen worden aan de kandidaten geen mededelingen van welke aard ook aangaande de opgaven gedaan, uitgezonderd mededeling van door het College voor toetsen en examens vastgestelde errata.
4. Het College voor toetsen en examens draagt er zorg voor dat het nodige toezicht bij het centraal examen wordt uitgeoefend. Zij die toezicht hebben gehouden, maken daarvan een proces-verbaal op en leveren dit samen met het gemaakte examenwerk in bij het College voor toetsen en examens.
5. Een kandidaat die te laat komt, mag nog tot uiterlijk een half uur na de aanvang van een toets worden toegelaten.
6. De aan de kandidaten voorgelegde opgaven voor een schriftelijke toets van het centraal examen blijven in het examenlokaal tot het einde van die toets.
7. De kandidaten leveren de opgaven, de door hen gemaakte aantekeningen alsmede andere door hen gemaakte stukken in bij een van degenen die toezicht houden. Het College voor toetsen en examens bepaalt, in welke gevallen kan worden afgeweken van de eerste volzin, alsmede in welke gevallen en op welk tijdstip de opgaven, de aantekeningen en de andere stukken, bedoeld in die volzin, aan de kandidaten worden teruggegeven.