BWBR0011538
Geldig vanaf 2021-04-17
Artikel 27
Staatsexamenbesluit VO
1. Onverminderd de artikelen 6en 23heeft de kandidaat die in enig jaar met toepassing van de artikelen 26en 26ais afgewezen voor het staatsexamen, recht op herkansing in het derde tijdvak van dat jaar. Indien de kandidaat op grond van artikel 23, eerste lid onderdeel b, in de gelegenheid wordt gesteld in het derde tijdvak het centraal examen te voltooien, wordt het recht op herkansing uitgeoefend, overeenkomstig artikel 23, eerste lid, onderdeel c, op een door het College voor toetsen en examens te bepalen tijdstip.
2. Herkansing houdt in:
a. het recht om voor één door de kandidaat te kiezen vak waarin hij in dat jaar door het College voor toetsen en examens is geëxamineerd, opnieuw deel te nemen aan het college-examen, in door het College voor toetsen en examens vast te stellen onderdelen van het examenprogramma, en
b. het recht om voor één door de kandidaat te kiezen vak waarin hij in dat jaar door het College voor toetsen en examens is geëxamineerd, opnieuw deel te nemen aan het centraal examen.
3. Voorwaarde voor toepassing van het eerste lid is dat de kandidaat daardoor alsnog kan slagen voor het staatsexamen.
2. Herkansing houdt in:
a. het recht om voor één door de kandidaat te kiezen vak waarin hij in dat jaar door het College voor toetsen en examens is geëxamineerd, opnieuw deel te nemen aan het college-examen, in door het College voor toetsen en examens vast te stellen onderdelen van het examenprogramma, en
b. het recht om voor één door de kandidaat te kiezen vak waarin hij in dat jaar door het College voor toetsen en examens is geëxamineerd, opnieuw deel te nemen aan het centraal examen.
3. Voorwaarde voor toepassing van het eerste lid is dat de kandidaat daardoor alsnog kan slagen voor het staatsexamen.