BWBR0011538
Geldig vanaf 2021-04-17
Artikel 19
Staatsexamenbesluit VO
1. Het College voor toetsen en examens draagt er zorg voor dat het gemaakte werk voor het centraal examen door twee door het College voor toetsen en examens aan te wijzen correctoren wordt beoordeeld.
2. De correctoren kijken het werk onafhankelijk van elkaar na en zenden het met hun beoordeling aan het College voor toetsen en examens. De correctoren passen bij hun beoordeling toe de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens. De correctoren drukken hun beoordeling uit in een score overeenkomstig de regels, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de Wet College voor toetsen en examens.
3. Indien dit het College voor toetsen en examens noodzakelijk voorkomt, wordt het oordeel van een derde corrector ingeroepen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
4. Het College voor toetsen en examens stelt op grond van de beoordelingen door de correctoren de eindscore vast.
2. De correctoren kijken het werk onafhankelijk van elkaar na en zenden het met hun beoordeling aan het College voor toetsen en examens. De correctoren passen bij hun beoordeling toe de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens. De correctoren drukken hun beoordeling uit in een score overeenkomstig de regels, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de Wet College voor toetsen en examens.
3. Indien dit het College voor toetsen en examens noodzakelijk voorkomt, wordt het oordeel van een derde corrector ingeroepen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
4. Het College voor toetsen en examens stelt op grond van de beoordelingen door de correctoren de eindscore vast.