BWBR0011519
Geldig vanaf 2000-07-30
Artikel 6
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften 2000 belastingverdrag Nederland-Verenigde Staten van Amerika 1992
1. Een inwoner van de Verenigde Staten van Amerika (niet zijnde een vrijgesteld pensioenfonds of een vrijgestelde organisatie als bedoeld in artikel 35 respectievelijk artikel 36 van het Verdrag) die ingevolge artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van het Verdrag aanspraak heeft op vermindering van dividendbelasting en zijn aanspraak niet op voet van artikel 5 heeft kunnen geldend maken, heeft recht op teruggaaf van hetgeen aan dividendbelasting te veel is ingehouden.
2. Tot het verkrijgen van teruggaaf levert de belanghebbende een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud op een formulier volgens het in bijlage 5 opgenomen model (formulier `IB 92 USA')
3. Indien de opbrengst niet is uitbetaald door een in Nederland wonende of gevestigde persoon en de belanghebbende dientengevolge niet in het bezit is van een in het tweede lid bedoelde dividendnota, zendt hij een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud als bedoeld in het tweede lid, tezamen met een ingevulde en ondertekende bankiersverklaring, voorkomende op het formulier, waarop de eerstbedoelde verklaring is gesteld, rechtstreeks toe aan de inspecteur van de Belasting-dienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland, onder bijvoeging van een dividendnota of ander bewijsstuk, waaruit blijken:
a) de desbetreffende opbrengst, en
b) het feit dat de terug te geven belasting door de belanghebbende is be-taald.
De inspecteur van de Belastingdienst/ Particulieren/Ondernemingen buitenland beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger van de Belastingdienst/ Particulieren/Ondernemingen buitenland aan de belanghebbende overgemaakt.
4. Indien vorenbedoelde inspecteur gerede twijfel heeft of de gerechtigde tot de opbrengst voldoet aan de voorwaarden van artikel 26 van het Ver-drag, kan hij door tussenkomst van de directie Bestuursondersteuning Belas-tingdienst van het Ministerie van Financiën om inlichtingen verzoeken aan de bevoegde Amerikaanse autoriteit.
2. Tot het verkrijgen van teruggaaf levert de belanghebbende een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud op een formulier volgens het in bijlage 5 opgenomen model (formulier `IB 92 USA')
3. Indien de opbrengst niet is uitbetaald door een in Nederland wonende of gevestigde persoon en de belanghebbende dientengevolge niet in het bezit is van een in het tweede lid bedoelde dividendnota, zendt hij een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud als bedoeld in het tweede lid, tezamen met een ingevulde en ondertekende bankiersverklaring, voorkomende op het formulier, waarop de eerstbedoelde verklaring is gesteld, rechtstreeks toe aan de inspecteur van de Belasting-dienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland, onder bijvoeging van een dividendnota of ander bewijsstuk, waaruit blijken:
a) de desbetreffende opbrengst, en
b) het feit dat de terug te geven belasting door de belanghebbende is be-taald.
De inspecteur van de Belastingdienst/ Particulieren/Ondernemingen buitenland beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger van de Belastingdienst/ Particulieren/Ondernemingen buitenland aan de belanghebbende overgemaakt.
4. Indien vorenbedoelde inspecteur gerede twijfel heeft of de gerechtigde tot de opbrengst voldoet aan de voorwaarden van artikel 26 van het Ver-drag, kan hij door tussenkomst van de directie Bestuursondersteuning Belas-tingdienst van het Ministerie van Financiën om inlichtingen verzoeken aan de bevoegde Amerikaanse autoriteit.