BWBR0011519
Geldig vanaf 2000-07-30
Artikel 10
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften 2000 belastingverdrag Nederland-Verenigde Staten van Amerika 1992
1. Een inwoner van de Verenigde Staten van Amerika die ingevolge artikel 35 of artikel 36 van het Verdrag aanspraak heeft op vrijstelling van dividendbelasting voor dividenden als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van het Verdrag, heeft recht op teruggaaf van hetgeen aan dividendbelasting is ingehouden.
2. Tot het verkrijgen van teruggaaf richt de belanghebbende een verzoek aan de inspecteur binnen wiens ambtsgebied het dividendbetalende Nederlandse lichaam is gevestigd.
In het verzoek wordt verklaard dat wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 35, in samenhang met de regeling van 27 maart 2000 (Stcrt. 2000, 79), of artikel 36 van het Verdrag.
3. Het in het tweede lid bedoelde verzoek wordt ingeleverd bij het lichaam dat de dividenden heeft betaald. Dit zendt het verzoek aan de in het tweede lid bedoelde inspecteur, nadat het daaraan de in artikel 7, tweede lid, bedoelde gegevens heeft toegevoegd. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
4. Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger ten behoeve van belanghebbende aan het Nederlandse lichaam overgemaakt.
5. Indien vorenbedoelde inspecteur gerede twijfel heeft of de gerechtigde tot de opbrengst voldoet aan de voorwaarden van artikel 26 van het Verdrag, kan hij door tussenkomst van de directie Bestuursondersteuning Belastingdienst van het Ministerie van Financiën om inlichtingen verzoeken aan de bevoegde Amerikaanse autoriteit.
2. Tot het verkrijgen van teruggaaf richt de belanghebbende een verzoek aan de inspecteur binnen wiens ambtsgebied het dividendbetalende Nederlandse lichaam is gevestigd.
In het verzoek wordt verklaard dat wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 35, in samenhang met de regeling van 27 maart 2000 (Stcrt. 2000, 79), of artikel 36 van het Verdrag.
3. Het in het tweede lid bedoelde verzoek wordt ingeleverd bij het lichaam dat de dividenden heeft betaald. Dit zendt het verzoek aan de in het tweede lid bedoelde inspecteur, nadat het daaraan de in artikel 7, tweede lid, bedoelde gegevens heeft toegevoegd. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
4. Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger ten behoeve van belanghebbende aan het Nederlandse lichaam overgemaakt.
5. Indien vorenbedoelde inspecteur gerede twijfel heeft of de gerechtigde tot de opbrengst voldoet aan de voorwaarden van artikel 26 van het Verdrag, kan hij door tussenkomst van de directie Bestuursondersteuning Belastingdienst van het Ministerie van Financiën om inlichtingen verzoeken aan de bevoegde Amerikaanse autoriteit.