BWBR0011519
Geldig vanaf 2000-07-30
Artikel 12
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften 2000 belastingverdrag Nederland-Verenigde Staten van Amerika 1992
1. In afwijking van artikel 10kan een lichaam dat aan een vrijgesteld pensioenfonds als bedoeld in artikel 35 van het Verdrag, dat inwoner van de Verenigde Staten van Amerika is, dividenden als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van het Verdrag betaalt waarop ingevolge artikel 35 van het Verdrag geen dividendbelasting mag worden ingehouden, bij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied het is gevestigd, het verzoek indienen ontslagen te worden van de verplichting tot inhouding van die belasting.
2. Bij het verzoek wordt overgelegd een geldig certificaat (Formulier 6166), afgegeven door de Amerikaanse Internal Revenue Service overeenkomstig de regeling van 27 maart 2000 (Stcrt. 2000, 79), of een geldige kwalificatiebeschikking, afgegeven door de Belastingdienst/Particulieren/Onderne-mingen buitenland overeenkomstig laatstgenoemde regeling.
In het verzoek wordt voorts opgaaf verstrekt van:
a) de naam, de plaats van vestiging en het adres van het in het eerste lid bedoelde pensioenfonds dat inwoner is van de Verenigde Staten van Amerika;
b) het totale aantal stemmen in het Nederlandse lichaam;
c) het aantal van die stemmen dat het in het eerste lid bedoelde pensioenfonds dat inwoner is van de Verenigde Staten van Amerika, onmiddellijk in het Nederlandse lichaam bezit.
In het verzoek wordt bovendien verklaard dat het bedoelde pensioenfonds dat inwoner is van de Verenigde Staten van Amerika, voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 26 en artikel 35 van het Verdrag, in samenhang met de regeling van 27 maart 2000 (Stcrt. 2000, 79).
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd pensioenfonds dat inwoner is van de Verenigde Staten van Amerika zolang
- het pensioenfonds inwoner van de Verenigde Staten van Amerika blijft, en
- het pensioenfonds onmiddellijk ten minste 10 percent van het totale aantal stemmen in het Nederlandse lichaam bezit, en
- het pensioenfonds blijft voldoen aan de voorwaarden van artikel 26 van het Verdrag en
- het certificaat van de Amerikaanse Internal Revenue Service of de kwalificatiebeschikking van de Belasting-dienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland geldig is.
De bestuurder van de Nederlandse vennootschap, aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan vorenbedoelde inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.
2. Bij het verzoek wordt overgelegd een geldig certificaat (Formulier 6166), afgegeven door de Amerikaanse Internal Revenue Service overeenkomstig de regeling van 27 maart 2000 (Stcrt. 2000, 79), of een geldige kwalificatiebeschikking, afgegeven door de Belastingdienst/Particulieren/Onderne-mingen buitenland overeenkomstig laatstgenoemde regeling.
In het verzoek wordt voorts opgaaf verstrekt van:
a) de naam, de plaats van vestiging en het adres van het in het eerste lid bedoelde pensioenfonds dat inwoner is van de Verenigde Staten van Amerika;
b) het totale aantal stemmen in het Nederlandse lichaam;
c) het aantal van die stemmen dat het in het eerste lid bedoelde pensioenfonds dat inwoner is van de Verenigde Staten van Amerika, onmiddellijk in het Nederlandse lichaam bezit.
In het verzoek wordt bovendien verklaard dat het bedoelde pensioenfonds dat inwoner is van de Verenigde Staten van Amerika, voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 26 en artikel 35 van het Verdrag, in samenhang met de regeling van 27 maart 2000 (Stcrt. 2000, 79).
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd pensioenfonds dat inwoner is van de Verenigde Staten van Amerika zolang
- het pensioenfonds inwoner van de Verenigde Staten van Amerika blijft, en
- het pensioenfonds onmiddellijk ten minste 10 percent van het totale aantal stemmen in het Nederlandse lichaam bezit, en
- het pensioenfonds blijft voldoen aan de voorwaarden van artikel 26 van het Verdrag en
- het certificaat van de Amerikaanse Internal Revenue Service of de kwalificatiebeschikking van de Belasting-dienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland geldig is.
De bestuurder van de Nederlandse vennootschap, aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan vorenbedoelde inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.