1. Indien een in Nederland gevestigd administratiekantoor dividend betaald door een lichaam dat inwoner is van de Verenigde Staten van Amerika ontvangt en degene die als certificaathouder die opbrengst geniet, geen aanspraak heeft op verlaging van het belastingtarief ingevolge artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van het Verdrag, of op de vrijstelling ingevolge artikel 35 of artikel 36 van het Verdrag, is de in Nederland wonende of gevestigde bankier of commissionair bij wie het door het administratiekantoor uitgegeven certificaat is gedeponeerd of de in Nederland wonende of gevestigde bankier aan wie het dividendbewijs het eerst ter verzilvering of ten verkoop is aangeboden, verplicht wegens aan de Verenigde Staten van Amerika nog verschuldigde inkomstenbelasting (Federal Income Tax) een aanvullend belastingbedrag in te houden. Dit aanvullende belastingbedrag is gelijk aan het verschil tussen de belasting van de Verenigde Staten van Amerika, die zonder toepassing van het Verdrag zou zijn ingehouden (30 percent bij het in werking treden van deze regeling) en de belasting van de Verenigde Staten van Amerika, die van het dividend reeds is ingehouden.
2. De ingevolge het eerste lid ingehouden bedragen moeten binnen één maand na het einde van het kalenderkwartaal waarin de inhouding heeft plaatsgevonden, worden overgemaakt aan De Nederlandsche Bank (rekening Hoofd van de Belastingdienst/Particu-lieren/Ondernemingen buitenland te Heerlen, Belasting van de Verenigde Staten van Amerika) zonder dat deze bedragen in dollars worden omgezet.
3. De bankier of commissionair die ingehouden bedragen overmaakt, is gehouden tegelijk met de overmaking bij de inspecteur van de Belasting-dienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland, een aangifte in tweevoud in te zenden op een formulier volgens het in bijlage 1 opgenomen model (formulier `IB 91 USA')
4. Indien de aanvullende belasting ten onrechte niet of niet tot het juiste be-drag is ingehouden of afgedragen, kan de inspecteur van de Belastingdienst/ Particulieren/Ondernemingen buitenland, de te weinig ingehouden of afgedragen belasting van de bankier of commissionair naheffen met overeenkomstige toepassing van
artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.