BWBR0011187
Geldig vanaf 2000-03-12
Artikel 14
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2000
1. Het Subsidieprogramma Hergebruik van Afvalstoffen 2000 richt zich op het demonstreren en introduceren van nieuwe of vernieuwende methoden in de praktijk met als doel het bevorderen van gescheiden inzameling van huishoudelijke afvalstoffen in Nederland.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het een demonstratieproject of marktintroductieproject betreft en:
a. de subsidiabele kosten van het desbetreffende project ten minste f 75.000 bedragen;
b. het project betrekking heeft op ten minste één van de volgende stromen huishoudelijke afvalstoffen: groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton, glas of textiel, en
c. het project gericht is op een verbetering van de – op hergebruik gerichte – gescheiden inzameling van stromen huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in onderdeel b.
3. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een project betreft waarbij uitsluitend sprake is van uitbreiding of toepassing van reeds in de praktijk toegepaste/gebruikte vormen van voorlichting en communicatie of van uitbreiding of toepassing van reeds in de praktijk toegepaste/gebruikte vormen van inzamelmiddelen, of
b. het een project betreft dat gericht is op invoering van heffingsmethodieken.
4. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden naast de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aspecten betrokken:
a. de mate waarin een positief effect op het totale inzamelresultaat van de in het tweede lid, onder b, genoemde stromen huishoudelijke afvalstoffen, te verwachten is;
b. de mate waarin het project naar verwachting bijdraagt aan de verbetering van de gescheiden inzameling van andere huishoudelijke afvalstromen dan groente-, fruit- en tuinafval (gft), papier en karton, glas of textiel;
c. de mate van innovativiteit van de voorgestelde methode;
d. de mate van levensvatbaarheid en marktconformiteit van de voorgestelde methode;
e. de mate waarin en de wijze waarop binnen het project monitoring plaatsvindt van resultaten;
f. de mate waarin de voorgestelde methode breed toepasbaar kan zijn;
g. de doorlooptijd van het project, en
h. de mate waarin kennisoverdracht plaatsvindt.
5. In afwijking van artikel 3kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek.
6. In afwijking van artikel 4bedraagt het maximale subsidiebedrag f 150.000,-.
7. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2000 bedraagt f 1.750.000,-.
9. Bij de subsidieverlening worden aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten gelijktijdig beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van het subsidieprogramma.
10. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door een gemeente.
11. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V., met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 15 juli 2000.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het een demonstratieproject of marktintroductieproject betreft en:
a. de subsidiabele kosten van het desbetreffende project ten minste f 75.000 bedragen;
b. het project betrekking heeft op ten minste één van de volgende stromen huishoudelijke afvalstoffen: groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton, glas of textiel, en
c. het project gericht is op een verbetering van de – op hergebruik gerichte – gescheiden inzameling van stromen huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in onderdeel b.
3. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een project betreft waarbij uitsluitend sprake is van uitbreiding of toepassing van reeds in de praktijk toegepaste/gebruikte vormen van voorlichting en communicatie of van uitbreiding of toepassing van reeds in de praktijk toegepaste/gebruikte vormen van inzamelmiddelen, of
b. het een project betreft dat gericht is op invoering van heffingsmethodieken.
4. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden naast de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aspecten betrokken:
a. de mate waarin een positief effect op het totale inzamelresultaat van de in het tweede lid, onder b, genoemde stromen huishoudelijke afvalstoffen, te verwachten is;
b. de mate waarin het project naar verwachting bijdraagt aan de verbetering van de gescheiden inzameling van andere huishoudelijke afvalstromen dan groente-, fruit- en tuinafval (gft), papier en karton, glas of textiel;
c. de mate van innovativiteit van de voorgestelde methode;
d. de mate van levensvatbaarheid en marktconformiteit van de voorgestelde methode;
e. de mate waarin en de wijze waarop binnen het project monitoring plaatsvindt van resultaten;
f. de mate waarin de voorgestelde methode breed toepasbaar kan zijn;
g. de doorlooptijd van het project, en
h. de mate waarin kennisoverdracht plaatsvindt.
5. In afwijking van artikel 3kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek.
6. In afwijking van artikel 4bedraagt het maximale subsidiebedrag f 150.000,-.
7. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2000 bedraagt f 1.750.000,-.
9. Bij de subsidieverlening worden aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten gelijktijdig beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van het subsidieprogramma.
10. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door een gemeente.
11. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V., met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 15 juli 2000.