1. Het Subsidieprogramma Milieu & Technologie 2000 heeft als doel het bevorderen van de praktische toepassing van milieugerichte technologie.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject, demonstratieproject of kennisoverdrachtproject betreft, dat betrekking heeft op: 1º. de basismetaalindustrie;
2º. de betonmortel- en betonproductenindustrie;
3º. de chemische industrie;
4º. de grafische industrie en verpakkingsdrukkerijen;
5º. de metalectro-industrie;
6º. de papier- en kartonindustrie;
7º. de textiel- en tapijtindustrie, of
8º. de voedings- en genotmiddelenindustrie, en
1º. de basismetaalindustrie;
2º. de betonmortel- en betonproductenindustrie;
3º. de chemische industrie;
4º. de grafische industrie en verpakkingsdrukkerijen;
5º. de metalectro-industrie;
6º. de papier- en kartonindustrie;
7º. de textiel- en tapijtindustrie, of
8º. de voedings- en genotmiddelenindustrie, en
b. het project betrekking heeft op ten minste één van de volgende milieuknelpunten: 1º. emissies naar de lucht: van de verzurende stoffen NOx, SO2, Vluchtige Organische Stoffen of NH3;
van toxische organische verbindingen, fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon of koolmonoxide, of
van stoffen die geuroverlast veroorzaken;
van de verzurende stoffen NOx, SO2, Vluchtige Organische Stoffen of NH3;
van toxische organische verbindingen, fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon of koolmonoxide, of
van stoffen die geuroverlast veroorzaken;
2º. emissies naar water: van fosfor- of stikstofverbindingen, of
van zware metalen, benzeen of kleurstoffen;
van fosfor- of stikstofverbindingen, of
van zware metalen, benzeen of kleurstoffen;
3º. afvalverwijdering: preventie of het hergebruik van afvalstoffen;
zuiveringsslib of tapijtbackingslib, of
beitsbaden;
preventie of het hergebruik van afvalstoffen;
zuiveringsslib of tapijtbackingslib, of
beitsbaden;
4º. grondstofgebruik: bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater, of
beperking van de verwijdering van afvalstoffen door het opwerken van reststromen.
bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater, of
beperking van de verwijdering van afvalstoffen door het opwerken van reststromen.
1º. emissies naar de lucht: van de verzurende stoffen NOx, SO2, Vluchtige Organische Stoffen of NH3;
van toxische organische verbindingen, fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon of koolmonoxide, of
van stoffen die geuroverlast veroorzaken;
van de verzurende stoffen NOx, SO2, Vluchtige Organische Stoffen of NH3;
van toxische organische verbindingen, fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon of koolmonoxide, of
van stoffen die geuroverlast veroorzaken;
2º. emissies naar water: van fosfor- of stikstofverbindingen, of
van zware metalen, benzeen of kleurstoffen;
van fosfor- of stikstofverbindingen, of
van zware metalen, benzeen of kleurstoffen;
3º. afvalverwijdering: preventie of het hergebruik van afvalstoffen;
zuiveringsslib of tapijtbackingslib, of
beitsbaden;
preventie of het hergebruik van afvalstoffen;
zuiveringsslib of tapijtbackingslib, of
beitsbaden;
4º. grondstofgebruik: bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater, of
beperking van de verwijdering van afvalstoffen door het opwerken van reststromen.
bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater, of
beperking van de verwijdering van afvalstoffen door het opwerken van reststromen.
3. Een project komt voorts voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject of preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, dat betrekking heeft op innovatieve technologische herontwerpen van productieprocessen, niet zijnde end-of-pipe technologie, en
b. het project zich richt op het bereiken van aanzienlijke verbeteringen in de milieu-efficiëntie binnen de doelgroep Industrie, zoals omschreven in het Nationaal Milieubeleidsplan 3 (kamerstukken II 97/98, 25887, nr.1), waarbij het efficiënt gebruik van grondstoffen, energie en water centraal moet staan.
4. Een project komt voorts voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject betreft, dat gericht is op het bevorderen van de toepassing van een duurzaam product of proces, dat nieuw is voor Nederland;
b. het project betrekking heeft op het analyseren van de niet-technische knelpunten die een succesvolle marktintroductie van het beoogde duurzame proces of product belemmeren, en
c. de marktintroductie van het beoogde duurzame proces of product niet belemmerd wordt door technische knelpunten.
5. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien:
a. het project betrekking heeft op de logistiek, de milieuzorg of de kwaliteitszorg;
b. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject of preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan f 25.000,-;
c. het een demonstratieproject betreft waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan f 50.000,-, of
d. het een kennisoverdrachtproject betreft waarbij geen brancheorganisatie is betrokken.
6. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden naast de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aspecten betrokken:
a. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van verschillende onderdelen van de bedrijfskolom;
b. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van degenen die de beschikbaar komende technologie gebruiken, alsmede degenen die de beschikbaar komende technologie ontwikkelen.
7. In afwijking van artikel 3:
a. kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek;
b. worden de kosten terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten of de bescherming van die rechten, niet tot de subsidiabele kosten gerekend;
c. worden, indien het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject als bedoeld in het vierde lid betreft, de kosten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, onder 1o en 4o, niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. In afwijking van artikel 4:
a. is het maximale subsidiebedrag voor: 1º. een industrieel haalbaarheidsproject: f 75.000,-;
2º. een industrieel onderzoeksproject: f 500.000,-;
3º. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject als bedoeld in het tweede of derde lid: f 75.000,-;
4º. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject: f 500.000,-;
5º. een demonstratieproject: f 500.000,-;
1º. een industrieel haalbaarheidsproject: f 75.000,-;
2º. een industrieel onderzoeksproject: f 500.000,-;
3º. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject als bedoeld in het tweede of derde lid: f 75.000,-;
4º. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject: f 500.000,-;
5º. een demonstratieproject: f 500.000,-;
b. is het maximale subsidiepercentage voor een kennisoverdrachtproject: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van f 25.000,-.
9. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
10. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2000 bedraagt f 11.000.000,-.
11. Van het bedrag, genoemd in het tiende lid, is voor de periode tot en met 30 juni 2000 beschikbaar voor:
a. projecten als bedoeld in het tweede lid tezamen: f 4.500.000,-;
b. projecten als bedoeld in het derde lid tezamen: f 2.000.000,-;
c. projecten als bedoeld in het vierde lid tezamen: f 1.500.000,-.
12. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens
artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening geldt.
13. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door:
a. bedrijven, (onderzoek)instellingen, universiteiten en andere organisaties, die niet tot de rijksoverheid behoren, voorzover het betreft een project als bedoeld in het tweede of derde lid;
b. bedrijven, zijnde producenten, leveranciers of afnemers van een duurzaam product of proces, voorzover het betreft een project als bedoeld in het vierde lid.
14. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V., met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 1 november 2000.