BWBR0011187
Geldig vanaf 2000-03-12
Artikel 11
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2000
1. Het Subsidieprogramma Technologie 2000 heeft als doel het bevorderen van de ontwikkeling en toepassing van verwijderingtechnologieën die bijdragen aan een vermindering van de belasting van het milieu door afvalstoffen. Het Subsidieprogramma Technologie 2000 heeft betrekking op het stimuleren van kennisoverdracht en marktintroductie van vier technologieën die gericht zijn op hydrometallurgische verwerking van metaalhoudende gevaarlijke afvalstoffen, te weten continue ionenwisseling, emulsiepertractie, electrochemische regeneratie en membraanelectrolyse.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject, demonstratieproject, marktintroductieproject, toepassingsproject of kennisoverdrachtsproject betreft met betrekking tot verwerking van metaalhoudende gevaarlijke afvalstoffen met behulp van continue ionenwisseling of emulsiepertractie;
b. het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject, demonstratieproject, marktintroductieproject, toepassingsproject of kennisoverdrachtsproject betreft met betrekking tot electrochemische regeneratie van etsvloeistoffen, of
c. het een kennisoverdrachtsproject betreft met betrekking tot verwerking van metaalhoudende gevaarlijke afvalstoffen met behulp van membraanelectrolyse.
3. Een project komt voorts slechts voor subsidie in aanmerking indien:
a. het project zowel op het verwerken van de afvalstroom als op het verkrijgen van een herbruikbaar en afzetbaar product is gericht;
b. in het project uitdrukkelijk aandacht wordt besteed aan de toepassingsmogelijkheden van de desbetreffende technologie binnen de markt;
c. het project voorziet in verspreiding van kennis over de uitvoering en resultaten van het project, waarbij de kennisoverdracht gericht is op bedrijven waarvoor de desbetreffende technologie relevant kan zijn, zowel binnen als buiten de bedrijfstak waar het project wordt uitgevoerd, en
d. voor de ontwikkeling van de technologie waarop het project betrekking heeft, subsidie is verstrekt krachtens het Bijdragenbesluit milieugerichte technologie.
4. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden naast de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aspecten betrokken:
a. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van degene bij wie in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf afvalstoffen ontstaan, onderscheidenlijk die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf afvalstoffen verwijdert;
b. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van degenen die de beschikbaar komende technologie zullen gebruiken, alsmede van degenen die de beschikbaar komende technologie ontwikkelen;
c. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van een brancheorganisatie of degene die de voor het desbetreffende project benodigde apparatuur aanlevert.
5. In afwijking van artikel 3:
a. kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek, en
b. worden de kosten terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten of de bescherming van die rechten niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
6. In afwijking van artikel 4:
a. is het maximale subsidiebedrag voor: 1º. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject: f 50.000,-;
2º. een demonstratieproject: f 400.000,-;
3º. een marktintroductieproject: f 300.000,-;
4º. een toepassingsproject: f 150.000,-;
1º. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject: f 50.000,-;
2º. een demonstratieproject: f 400.000,-;
3º. een marktintroductieproject: f 300.000,-;
4º. een toepassingsproject: f 150.000,-;
b. is het maximale subsidiepercentage voor een kennisoverdrachtproject: 60% tot een maximaal subsidiebedrag van f 50.000,-.
7. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2000 bedraagt f 1.250.000,-.
9. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
10. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door bedrijven, al dan niet gezamenlijk met brancheorganisaties, onderzoeksinstellingen, universiteiten en andere organisaties, die niet tot de overheid behoren.
11. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V., met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 1 mei 2000.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject, demonstratieproject, marktintroductieproject, toepassingsproject of kennisoverdrachtsproject betreft met betrekking tot verwerking van metaalhoudende gevaarlijke afvalstoffen met behulp van continue ionenwisseling of emulsiepertractie;
b. het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject, demonstratieproject, marktintroductieproject, toepassingsproject of kennisoverdrachtsproject betreft met betrekking tot electrochemische regeneratie van etsvloeistoffen, of
c. het een kennisoverdrachtsproject betreft met betrekking tot verwerking van metaalhoudende gevaarlijke afvalstoffen met behulp van membraanelectrolyse.
3. Een project komt voorts slechts voor subsidie in aanmerking indien:
a. het project zowel op het verwerken van de afvalstroom als op het verkrijgen van een herbruikbaar en afzetbaar product is gericht;
b. in het project uitdrukkelijk aandacht wordt besteed aan de toepassingsmogelijkheden van de desbetreffende technologie binnen de markt;
c. het project voorziet in verspreiding van kennis over de uitvoering en resultaten van het project, waarbij de kennisoverdracht gericht is op bedrijven waarvoor de desbetreffende technologie relevant kan zijn, zowel binnen als buiten de bedrijfstak waar het project wordt uitgevoerd, en
d. voor de ontwikkeling van de technologie waarop het project betrekking heeft, subsidie is verstrekt krachtens het Bijdragenbesluit milieugerichte technologie.
4. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden naast de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aspecten betrokken:
a. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van degene bij wie in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf afvalstoffen ontstaan, onderscheidenlijk die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf afvalstoffen verwijdert;
b. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van degenen die de beschikbaar komende technologie zullen gebruiken, alsmede van degenen die de beschikbaar komende technologie ontwikkelen;
c. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van een brancheorganisatie of degene die de voor het desbetreffende project benodigde apparatuur aanlevert.
5. In afwijking van artikel 3:
a. kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek, en
b. worden de kosten terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten of de bescherming van die rechten niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
6. In afwijking van artikel 4:
a. is het maximale subsidiebedrag voor: 1º. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject: f 50.000,-;
2º. een demonstratieproject: f 400.000,-;
3º. een marktintroductieproject: f 300.000,-;
4º. een toepassingsproject: f 150.000,-;
1º. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject: f 50.000,-;
2º. een demonstratieproject: f 400.000,-;
3º. een marktintroductieproject: f 300.000,-;
4º. een toepassingsproject: f 150.000,-;
b. is het maximale subsidiepercentage voor een kennisoverdrachtproject: 60% tot een maximaal subsidiebedrag van f 50.000,-.
7. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2000 bedraagt f 1.250.000,-.
9. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
10. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door bedrijven, al dan niet gezamenlijk met brancheorganisaties, onderzoeksinstellingen, universiteiten en andere organisaties, die niet tot de overheid behoren.
11. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V., met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 1 mei 2000.