BWBR0011101
Geldig vanaf 2000-01-21
Artikel 13
Regeling varkensleveringen
1. Het verbod, bedoeld in artikel 7, is niet van toepassing op het, hetzij rechtstreeks, hetzij via een Nederlands verzamelcentrum, aanvoeren en ontvangen op een varkenshouderijbedrijf van een of meer varkens afkomstig van een varkenshouderijbedrijf of verzamelcentrum buiten Nederland, voorzover:
a. de varkens voldoen aan alle van toepassing zijnde communautaire en overige internationale veterinaire voorschriften;
b. de exploitant van het varkenshouderijbedrijf waarop de varkens worden ontvangen, ten minste één werkdag vóór de periode van 48 uur waarbinnen de voorgenomen ontvangst zal plaatsvinden, die voorgenomen ontvangst bij het I&RVL meldt, door middel van een per fax verzonden door het I&RVL verstrekt volledig ingevuld formulier, dan wel via het voice response systeem van het I&RVL, dan wel, indien het I&RVL met deze wijze van melden vooraf heeft ingestemd, via electronische data interchange;
c. bij de melding als bedoeld in onderdeel b de gegevens worden verstrekt die moeten zijn opgenomen in het gezondheidscertificaat van bijlage F, model 2, van richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), dan wel artikel 11 van richtlijn nr. 72/462/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of vleesprodukten uit derde landen (PbEG L 302);
d. de exploitant van het varkenshouderijbedrijf medewerking verleent aan bestemmingscontrole van de varkens op zijn bedrijf overeenkomstig artikel 5 van richtlijn nr. 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautair handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224);
e. de varkens geen onderdeel hebben gevormd van een beslag dat in een periode van een jaar voorafgaand aan de ontvangst van de varkens vanuit Nederland buiten Nederland is gebracht.
2. Een levering als bedoeld in het eerste lid wordt in mindering gebracht op het aantal op grond van de artikelen 9, eerste lid, 10, eerste lid, 11, eerste lid, onderscheidenlijk 12op een varkenshouderijbedrijf toegestane leveringen.
3. Op een levering als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 9, eerste lid, onderdelen c en den 10, eerste lid, onderdelen c en d, van overeenkomstige toepassing.
a. de varkens voldoen aan alle van toepassing zijnde communautaire en overige internationale veterinaire voorschriften;
b. de exploitant van het varkenshouderijbedrijf waarop de varkens worden ontvangen, ten minste één werkdag vóór de periode van 48 uur waarbinnen de voorgenomen ontvangst zal plaatsvinden, die voorgenomen ontvangst bij het I&RVL meldt, door middel van een per fax verzonden door het I&RVL verstrekt volledig ingevuld formulier, dan wel via het voice response systeem van het I&RVL, dan wel, indien het I&RVL met deze wijze van melden vooraf heeft ingestemd, via electronische data interchange;
c. bij de melding als bedoeld in onderdeel b de gegevens worden verstrekt die moeten zijn opgenomen in het gezondheidscertificaat van bijlage F, model 2, van richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), dan wel artikel 11 van richtlijn nr. 72/462/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of vleesprodukten uit derde landen (PbEG L 302);
d. de exploitant van het varkenshouderijbedrijf medewerking verleent aan bestemmingscontrole van de varkens op zijn bedrijf overeenkomstig artikel 5 van richtlijn nr. 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautair handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224);
e. de varkens geen onderdeel hebben gevormd van een beslag dat in een periode van een jaar voorafgaand aan de ontvangst van de varkens vanuit Nederland buiten Nederland is gebracht.
2. Een levering als bedoeld in het eerste lid wordt in mindering gebracht op het aantal op grond van de artikelen 9, eerste lid, 10, eerste lid, 11, eerste lid, onderscheidenlijk 12op een varkenshouderijbedrijf toegestane leveringen.
3. Op een levering als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 9, eerste lid, onderdelen c en den 10, eerste lid, onderdelen c en d, van overeenkomstige toepassing.