1. De exploitant van het varkenshouderijbedrijf waarvan varkens worden afgevoerd, meldt ten minste één werkdag vóór de periode van 48 uur waarbinnen de voorgenomen levering zal plaatsvinden, die voorgenomen levering bij het I&RVL, door middel van een per fax verzonden door het I&RVL verstrekt volledig ingevuld formulier, dan wel via het voice response systeem van het I&RVL, dan wel, indien het I&RVL met deze wijze van melden vooraf heeft ingestemd, via electronische data interchange.
2. De exploitant van het varkenshouderijbedrijf waarvan varkens worden afgevoerd, dan wel diens vervoerder, toont tijdens het vervoer op eerste vordering van een op grond van
artikel 114, eerste lid, van de wetaangewezen toezichthouder de bevestigde melding levering varkens, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien de melding, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op de levering van varkens aan een D-bedrijf als bedoeld in artikel 10, derde lid, onderscheidenlijk een D-bedrijf als bedoeld in artikel 12, tweede lid, gaat de melding vergezeld van een door een geaccrediteerde keuringsinstantie opgesteld rapport waaruit blijkt dat het D-bedrijf voldoet aan artikel 10, derde lid. Bij ontbreken van een rapport van een geaccrediteerde keuringsinstantie geldt de melding als een melding ten behoeve van het vervoer van varkens, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 12, eerste lid.
4. De bevestigde melding levering varkens wordt door de ontvanger van de varkens op het varkenshouderijbedrijf bewaard tot zes maanden na de datum waarop de varkens op het varkenshouderijbedrijf zijn ontvangen.
5. De exploitant van het varkenshouderijbedrijf die bij het I&RVL een voorgenomen levering heeft gemeld, zendt de bevestigde melding levering varkens binnen één week aan het I&RVL terug, indien de levering waarop de melding betrekking heeft niet heeft plaats gehad, dan wel indien het aantal geleverde varkens afwijkt van het gemelde aantal. De exploitant doet daarbij opgave van het feitelijk geleverde aantal varkens.
6. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het vervoer, de afvoer, de ontvangst en de aflevering van varkens, bedoeld in artikel 8, onderdeel a.
7. In afwijking van het eerste lid geschiedt de melding bij aanvoer van varkens uit het buitenland, door de exploitant van het varkenshouderijbedrijf waarheen varkens worden aangevoerd. Het tweede lid is niet van toepassing.
8. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op het wederom vervoeren, afvoeren of doen afvoeren van de niet geloste varkens als bedoeld in artikel 8a.