BWBR0010333
Geldig vanaf 1999-04-01
Artikel c
Regeling politiesurveillancehonden 1999
1. De geleider surveilleert met zijn hond aangelijnd in een rechte lijn over de aangegeven afstand. Dit surveilleren moet geschieden met een slappe lijn en de hond moet oplettend voor zijn omgeving direct naast de geleider lopen.
2. De geleider gaat met zijn hond aangelijnd en in een rechte lijn in looppas over de aangegeven afstand. Dit moet geschieden met een slappe lijn en de hond moet oplettend voor zijn omgeving direct naast de geleider lopen.
3. De geleider surveilleert met zijn hond onaangelijnd in een rechte lijn over de aangegeven afstand. Tijdens dit surveilleren moet de hond oplettend voor zijn omgeving direct naast de geleider lopen. De geleider dient zijn hond bij de daarvoor geplaatste markeringen om te commanderen naar de andere zijde van de geleider. De hond mag tijdens het omgaan naar de andere zijde niet teveel afwijken van de geleider.
4. De geleider gaat met zijn hond aangelijnd naar de hem beschikbaar gestelde fiets. Daar aangekomen moet de hond zich al of niet op commando van zijn geleider naar de rechterzijde van de fiets begeven. Hierna legt de geleider met zijn hond aangelijnd de aangegeven route af. De hond dient met zijn kop ongeveer ter hoogte van de as van het voorwiel te lopen. Na de afgelegde route stapt de geleider af en zet de fiets weg.
5. De hond moet gedurende 3 minuten onaangelijnd blijven liggen met aandacht voor zijn omgeving. De tijd begint te lopen op het moment dat de geleider daadwerkelijk uit zicht is. De geleider mag niet eerder dan na die 3 minuten weer in het zicht van zijn hond komen.
Op teken van een lid van de keuringscommissie gaat de geleider zijn hond weer ophalen en is dit onderdeel afgelopen.
6. De geleider legt de hond op een door de keuringscommissie aangegeven plaats af. Hierna vangt dit onderdeel aan. Nadat de geleider uit het zicht van de hond is, worden vervolgens drie stukken voedsel bij de hond geworpen. De hond mag geen voedsel dan van zijn geleider aannemen.
2. De geleider gaat met zijn hond aangelijnd en in een rechte lijn in looppas over de aangegeven afstand. Dit moet geschieden met een slappe lijn en de hond moet oplettend voor zijn omgeving direct naast de geleider lopen.
3. De geleider surveilleert met zijn hond onaangelijnd in een rechte lijn over de aangegeven afstand. Tijdens dit surveilleren moet de hond oplettend voor zijn omgeving direct naast de geleider lopen. De geleider dient zijn hond bij de daarvoor geplaatste markeringen om te commanderen naar de andere zijde van de geleider. De hond mag tijdens het omgaan naar de andere zijde niet teveel afwijken van de geleider.
4. De geleider gaat met zijn hond aangelijnd naar de hem beschikbaar gestelde fiets. Daar aangekomen moet de hond zich al of niet op commando van zijn geleider naar de rechterzijde van de fiets begeven. Hierna legt de geleider met zijn hond aangelijnd de aangegeven route af. De hond dient met zijn kop ongeveer ter hoogte van de as van het voorwiel te lopen. Na de afgelegde route stapt de geleider af en zet de fiets weg.
5. De hond moet gedurende 3 minuten onaangelijnd blijven liggen met aandacht voor zijn omgeving. De tijd begint te lopen op het moment dat de geleider daadwerkelijk uit zicht is. De geleider mag niet eerder dan na die 3 minuten weer in het zicht van zijn hond komen.
Op teken van een lid van de keuringscommissie gaat de geleider zijn hond weer ophalen en is dit onderdeel afgelopen.
6. De geleider legt de hond op een door de keuringscommissie aangegeven plaats af. Hierna vangt dit onderdeel aan. Nadat de geleider uit het zicht van de hond is, worden vervolgens drie stukken voedsel bij de hond geworpen. De hond mag geen voedsel dan van zijn geleider aannemen.