BWBR0010333
Geldig vanaf 1999-04-01
Artikel 10
Regeling politiesurveillancehonden 1999
1. De combinatie van geleider en politiesurveillancehond wordt uiterlijk twee jaar na het behalen van het certificaat door de keuringscommissie opnieuw aan de keuringseisen onderworpen.
2. Indien de herkeuring, bedoeld in het eerste lid, met goed gevolg wordt afgelegd, wordt de geldigheidsduur van het certificaat overeenkomstig artikel 9, eerste lid, vastgesteld.
3. Indien de combinatie van geleider en politiesurveillancehond de herkeuring niet met goed gevolg aflegt, kan binnen de geldigheidsduur van het certificaat een tweede herkeuring plaatsvinden.
4. Indien na toepassing van het derde lid opnieuw niet wordt voldaan aan de keuringseisen, vervalt de geldigheid van het verkregen certificaat, bedoeld in artikel 8, met onmiddellijke ingang.
5. Een politiesurveillancehond die, deel uitmakend van een combinatie, voor het behalen van een nieuw certificaat achtereenvolgens tot drie maal toe wordt afgewezen, komt niet meer voor de politiedienst in aanmerking.
2. Indien de herkeuring, bedoeld in het eerste lid, met goed gevolg wordt afgelegd, wordt de geldigheidsduur van het certificaat overeenkomstig artikel 9, eerste lid, vastgesteld.
3. Indien de combinatie van geleider en politiesurveillancehond de herkeuring niet met goed gevolg aflegt, kan binnen de geldigheidsduur van het certificaat een tweede herkeuring plaatsvinden.
4. Indien na toepassing van het derde lid opnieuw niet wordt voldaan aan de keuringseisen, vervalt de geldigheid van het verkregen certificaat, bedoeld in artikel 8, met onmiddellijke ingang.
5. Een politiesurveillancehond die, deel uitmakend van een combinatie, voor het behalen van een nieuw certificaat achtereenvolgens tot drie maal toe wordt afgewezen, komt niet meer voor de politiedienst in aanmerking.