BWBR0010333
Geldig vanaf 1999-04-01
Artikel b
Regeling politiesurveillancehonden 1999
De geleider surveilleert met zijn hond aan een slappe lijn in een rechte lijn, over een afstand van ongeveer 50 meter. De hond dient tijdens de surveillance waarneembaar oplettend voor zijn omgeving naast de geleider te lopen. Surveillance-oefeningen welke naast het bovenvermelde nog bijzondere details bevatten, worden in de betreffende oefeningen nader omschreven.
Na één van de oefeningen, dit naar keuze van de keuringscommissie, moet de hond op commando van de geleider ’af’ gaan, waarna de geleider uit het zicht van de hond gaat.
Na één van de oefeningen, dit naar keuze van de keuringscommissie, moet de hond op commando van de geleider ’af’ gaan, waarna de geleider uit het zicht van de hond gaat.