BWBR0010014
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 9
Regeling Geschillencommissie voor de rijkshuisvesting
1. Voorafgaand aan de in artikel 10bedoelde behandeling van het verzoekschrift onderzoekt de Geschillencommissie allereerst of zij tot behandeling van het verzoekschrift bevoegd is. Indien de Geschillencommissie oordeelt dat zij niet bevoegd is het verzoekschrift in behandeling te nemen, stelt zij de partij die het verzoek heeft ingediend alsmede de wederpartij hiervan schriftelijk in kennis.
2. Bij gebleken bevoegdheid onderzoekt de Geschillencommissie vervolgens of de bij het geschil betrokken partijen zich naar redelijkheid voldoende hebben ingespannen om te komen tot een minnelijke schikking. Indien op grond van dit onderzoek blijkt dat de partijen daarin naar het oordeel van de Geschillencommissie zijn tekortgeschoten, is de Geschillencommissie bevoegd te besluiten dat de behandeling wordt aangehouden tot het moment waarop de partij die het verzoekschrift heeft ingediend dan wel de wederpartij aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich naar alle redelijkheid voldoende heeft ingespannen om tot een minnelijke schikking te komen.
3. Van het in het tweede lid bedoelde besluit van de Geschillencommissie stelt de secretaris de partij die het verzoekschrift heeft ingediend alsmede de wederpartij schriftelijk in kennis.
4. Het verzoekschrift wordt geacht te zijn ingetrokken, indien na het verzenden van de kennisgeving, bedoeld in het derde lid, vier weken zijn verstreken en niet ten genoegen van de Geschillencommissie is aangetoond dat partijen zich voldoende hebben ingespannen om tot een minnelijke schikking te komen. Artikel 14, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Bij gebleken bevoegdheid onderzoekt de Geschillencommissie vervolgens of de bij het geschil betrokken partijen zich naar redelijkheid voldoende hebben ingespannen om te komen tot een minnelijke schikking. Indien op grond van dit onderzoek blijkt dat de partijen daarin naar het oordeel van de Geschillencommissie zijn tekortgeschoten, is de Geschillencommissie bevoegd te besluiten dat de behandeling wordt aangehouden tot het moment waarop de partij die het verzoekschrift heeft ingediend dan wel de wederpartij aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich naar alle redelijkheid voldoende heeft ingespannen om tot een minnelijke schikking te komen.
3. Van het in het tweede lid bedoelde besluit van de Geschillencommissie stelt de secretaris de partij die het verzoekschrift heeft ingediend alsmede de wederpartij schriftelijk in kennis.
4. Het verzoekschrift wordt geacht te zijn ingetrokken, indien na het verzenden van de kennisgeving, bedoeld in het derde lid, vier weken zijn verstreken en niet ten genoegen van de Geschillencommissie is aangetoond dat partijen zich voldoende hebben ingespannen om tot een minnelijke schikking te komen. Artikel 14, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.