BWBR0010014
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 7
Regeling Geschillencommissie voor de rijkshuisvesting
1. Een partij is bevoegd om met betrekking tot een geschil, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist, met onmiddellijke ingang een voorlopige voorziening te vragen. Het verzoek daartoe wordt schriftelijk gedaan aan de voorzitter van de Geschillencommissie.
2. Voordat de voorzitter beslist op een verzoek om een voorlopige voorziening, stelt hij de wederpartij in de gelegenheid haar zienswijze schriftelijk dan wel mondeling kenbaar te maken.
3. De voorzitter streeft ernaar om binnen een week nadat het verzoekschrift is ontvangen een beslissing te nemen aangaande de voorlopige voorziening.
2. Voordat de voorzitter beslist op een verzoek om een voorlopige voorziening, stelt hij de wederpartij in de gelegenheid haar zienswijze schriftelijk dan wel mondeling kenbaar te maken.
3. De voorzitter streeft ernaar om binnen een week nadat het verzoekschrift is ontvangen een beslissing te nemen aangaande de voorlopige voorziening.