BWBR0009931
Geldig vanaf 1998-10-17
Artikel 8
Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs
1. Het met toepassing van de artikelen 4en 5berekende aantal formatieplaatsen voor de leraren wordt opnieuw berekend, indien het verschil tussen:
a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar waarvoor de bedoelde formatieplaatsen zijn berekend en
b. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar voorafgaand aan het onder a bedoelde schooljaar, gelijk is aan of groter dan 14.
2. Indien in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de in de artikelen 4en 5bedoelde formatieplaatsen zijn berekend, toepassing is gegeven aan artikel 9, wordt in afwijking van het eerste lid het aantal formatieplaatsen, bedoeld in de artikelen 4en 5opnieuw berekend, indien het verschil tussen:
a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar waarvoor de in de artikelen 4 en 5 bedoelde formatieplaatsen zijn berekend en
b. het aantal leerlingen op 16 januari van het voorafgaande schooljaar, gelijk is aan of groter dan 14.
3. Aanspraak op vergoeding van het aantal formatieplaatsen berekend met het hogere aantal leerlingen, bedoeld in respectievelijk het eerste lid, onder a, en het tweede lid, onder a, ontstaat met ingang van 1 januari van het schooljaar waarvoor de in de artikelen 4en 5bedoelde formatieplaatsen zijn berekend.
a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar waarvoor de bedoelde formatieplaatsen zijn berekend en
b. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar voorafgaand aan het onder a bedoelde schooljaar, gelijk is aan of groter dan 14.
2. Indien in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de in de artikelen 4en 5bedoelde formatieplaatsen zijn berekend, toepassing is gegeven aan artikel 9, wordt in afwijking van het eerste lid het aantal formatieplaatsen, bedoeld in de artikelen 4en 5opnieuw berekend, indien het verschil tussen:
a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar waarvoor de in de artikelen 4 en 5 bedoelde formatieplaatsen zijn berekend en
b. het aantal leerlingen op 16 januari van het voorafgaande schooljaar, gelijk is aan of groter dan 14.
3. Aanspraak op vergoeding van het aantal formatieplaatsen berekend met het hogere aantal leerlingen, bedoeld in respectievelijk het eerste lid, onder a, en het tweede lid, onder a, ontstaat met ingang van 1 januari van het schooljaar waarvoor de in de artikelen 4en 5bedoelde formatieplaatsen zijn berekend.