BWBR0009931
Geldig vanaf 1998-10-17
Artikel 19
Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs
De vaststelling van de vergoeding voor de personeelskosten van de samengevoegde school in verband met anderstalige leerlingen vindt, in afwijking van artikel 2, voor het eerste schooljaar van de samenvoeging plaats op grond van de formule A x Z, waarbij:
A =(B + C) x D, waarbij:
B= het aantal formatieplaatsen ten behoeve van het onderwijs aan svo-leerlingen met niet-Nederlandse culturele achtergrond dat berekend wordt voor de svo-school of -afdeling, indien deze school of afdeling in dat schooljaar niet zou zijn sameng evoegd. Dit aantal formatieplaatsen wordt berekend door het met toepassing van artikel 22b van het Formatiebesluit WECberekende aantal formatierekeneenheden dat voor de svo-school of -afdeling wordt vastgesteld ten behoeve van het onderwijs aan leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, indien deze school of afdeling in dat schooljaar niet zou zijn samengevoegd:
1. voor een scholengemeenschap voor (vwo)/havo/ mavo/vbo te delen door de factor 211.
2. voor een scholengemeenschap (ath/vwo/lyceum)/ havo/mavo te delen door de factor 221.
3. voor een school voor vbo of mavo, dan wel een scholengemeenschap voor vbo/mavo te delen door de factor 195.
De uitkomst van de deling wordt afgerond op vier decimalen, waarbij de vierde decimaal met 1 wordt verhoogd, indien de vijfde decimaal 5 of hoger is;
C= het ingevolge de vigerende bepalingen berekendeaantal formatieplaatsen in verband met anderstalige leerlingen van de afzonderlijke school voor voortgezet onderwijs exclusief de vigerende opslagpercentages, indien deze school in dat schooljaar niet zou zijn samengevoegd met een svo-school of -afdeling;
D= de voor het schooljaar van de samenvoeging vigerende opslagpercentages ten behoeve van de formatie anderstalige leerlingen, ingevolge artikel 4 van het Formatiebesluit W.V.O.;
Z= de vigerende gemiddelde personeelslast van de leraren die behoort bij de samengevoegde school.
A =(B + C) x D, waarbij:
B= het aantal formatieplaatsen ten behoeve van het onderwijs aan svo-leerlingen met niet-Nederlandse culturele achtergrond dat berekend wordt voor de svo-school of -afdeling, indien deze school of afdeling in dat schooljaar niet zou zijn sameng evoegd. Dit aantal formatieplaatsen wordt berekend door het met toepassing van artikel 22b van het Formatiebesluit WECberekende aantal formatierekeneenheden dat voor de svo-school of -afdeling wordt vastgesteld ten behoeve van het onderwijs aan leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, indien deze school of afdeling in dat schooljaar niet zou zijn samengevoegd:
1. voor een scholengemeenschap voor (vwo)/havo/ mavo/vbo te delen door de factor 211.
2. voor een scholengemeenschap (ath/vwo/lyceum)/ havo/mavo te delen door de factor 221.
3. voor een school voor vbo of mavo, dan wel een scholengemeenschap voor vbo/mavo te delen door de factor 195.
De uitkomst van de deling wordt afgerond op vier decimalen, waarbij de vierde decimaal met 1 wordt verhoogd, indien de vijfde decimaal 5 of hoger is;
C= het ingevolge de vigerende bepalingen berekendeaantal formatieplaatsen in verband met anderstalige leerlingen van de afzonderlijke school voor voortgezet onderwijs exclusief de vigerende opslagpercentages, indien deze school in dat schooljaar niet zou zijn samengevoegd met een svo-school of -afdeling;
D= de voor het schooljaar van de samenvoeging vigerende opslagpercentages ten behoeve van de formatie anderstalige leerlingen, ingevolge artikel 4 van het Formatiebesluit W.V.O.;
Z= de vigerende gemiddelde personeelslast van de leraren die behoort bij de samengevoegde school.