BWBR0009931
Geldig vanaf 1998-10-17
Artikel 21
Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs
1. In afwijking van artikel 10kan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen op aanvraag van het bevoegd gezag van een in artikel V, eerste lid, dan wel artikel VIII, eerste of tweede lid, van de wet, bedoelde school voor praktijkonderwijs ten aanzien van de bekostiging en rechtspositie, de voorschriften van de WVO, deel I, van toepassing verklaren. De aanvraag wordt getoetst aan de in het derde lid genoemde voorwaarde.
2. Het bevoegd gezag zendt een aanvraag om toepassing van het eerste lid uiterlijk 1 december van het kalenderjaar voorafgaand aan het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft, aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De Minister beslist binnen drie maanden op de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt de Minister het bevoegd gezag daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
3. De in het eerste lid bedoelde aanvraag voldoet wat betreft het bevoegd gezag aan de voorwaarde dat dit bevoegd gezag tevens bevoegd gezag is van een school voor voortgezet onderwijs, waarop de voorschriften van de WVO, deel I, van toepassing zijn.
4. Indien onder het bevoegd gezag meer dan één school voor praktijkonderwijs ressorteert, geldt de personele lumpsum-vergoeding voor elke school voor praktijkonderwijs van het desbetreffende bevoegd gezag.
2. Het bevoegd gezag zendt een aanvraag om toepassing van het eerste lid uiterlijk 1 december van het kalenderjaar voorafgaand aan het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft, aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De Minister beslist binnen drie maanden op de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt de Minister het bevoegd gezag daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
3. De in het eerste lid bedoelde aanvraag voldoet wat betreft het bevoegd gezag aan de voorwaarde dat dit bevoegd gezag tevens bevoegd gezag is van een school voor voortgezet onderwijs, waarop de voorschriften van de WVO, deel I, van toepassing zijn.
4. Indien onder het bevoegd gezag meer dan één school voor praktijkonderwijs ressorteert, geldt de personele lumpsum-vergoeding voor elke school voor praktijkonderwijs van het desbetreffende bevoegd gezag.