BWBR0009931
Geldig vanaf 1998-10-17
Artikel 13
Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs
1. Het met toepassing van de artikelen 11, eerste lid, en 12berekende aantal formatieplaatsen voor de leraren wordt opnieuw berekend, indien het verschil tussen
a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar waarvoor de bedoelde formatieplaatsen zijn berekend en
b. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar voorafgaand aan het onder a bedoelde schooljaar, gelijk is aan of groter dan 14.
2. Indien in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de in de artikelen 11, eerste lid, en 12bedoelde formatieplaatsen zijn berekend, toepassing is gegeven aan artikel 14, wordt in afwijking van het eerste lid het aantal formatieplaatsen, bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, en 12opnieuw berekend, indien het verschil tussen:
a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar waarvoor de in de artikelen 11, eerste lid, en 12 bedoelde formatieplaatsen zijn berekend en
b. het aantal leerlingen op 16 januari van het voorafgaande schooljaar, gelijk is aan of groter dan 14.
3. Aanspraak op vergoeding van het aantal formatieplaatsen berekend met het hogere aantal leerlingen, bedoeld in respectievelijk het eerste lid, onder a, en het tweede lid, onder a, ontstaat met ingang van 1 januari van het schooljaar waarvoor de in de artikelen 11, eerste lid, en 12bedoelde formatieplaatsen zijn berekend.
a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar waarvoor de bedoelde formatieplaatsen zijn berekend en
b. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar voorafgaand aan het onder a bedoelde schooljaar, gelijk is aan of groter dan 14.
2. Indien in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de in de artikelen 11, eerste lid, en 12bedoelde formatieplaatsen zijn berekend, toepassing is gegeven aan artikel 14, wordt in afwijking van het eerste lid het aantal formatieplaatsen, bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, en 12opnieuw berekend, indien het verschil tussen:
a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar waarvoor de in de artikelen 11, eerste lid, en 12 bedoelde formatieplaatsen zijn berekend en
b. het aantal leerlingen op 16 januari van het voorafgaande schooljaar, gelijk is aan of groter dan 14.
3. Aanspraak op vergoeding van het aantal formatieplaatsen berekend met het hogere aantal leerlingen, bedoeld in respectievelijk het eerste lid, onder a, en het tweede lid, onder a, ontstaat met ingang van 1 januari van het schooljaar waarvoor de in de artikelen 11, eerste lid, en 12bedoelde formatieplaatsen zijn berekend.