BWBR0009641
Geldig vanaf 1999-01-22
Artikel 46b
Natuurbeschermingswet 1998
1. Een omgevingsvergunning die betrekking heeft op handelingen als bedoeld in artikel 46, eerste lid, wordt niet verleend dan nadat het bestuursorgaan dat ten aanzien van de betrokken handelingen bevoegd is te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 16, eerste lid, heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.27" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.27, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien gedeputeerde staten zowel bevoegd gezag zijn om te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning als ten aanzien van de betrokken handelingen bevoegd zijn te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 16, eerste lid. In dit geval zijn <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>en <a href="/wet/BWBR0024779" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>van toepassing op de voorbereiding van de beschikking op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
3. De verklaring onderscheidenlijk, in het in het tweede lid bedoelde geval, de omgevingsvergunning kan slechts worden geweigerd indien de betrokken handelingen schade kunnen toebrengen aan de belangen, omschreven in artikel 16, eerste lid. Artikel 16, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de verklaring onderscheidenlijk de omgevingsvergunning.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien gedeputeerde staten zowel bevoegd gezag zijn om te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning als ten aanzien van de betrokken handelingen bevoegd zijn te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 16, eerste lid. In dit geval zijn <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>en <a href="/wet/BWBR0024779" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>van toepassing op de voorbereiding van de beschikking op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
3. De verklaring onderscheidenlijk, in het in het tweede lid bedoelde geval, de omgevingsvergunning kan slechts worden geweigerd indien de betrokken handelingen schade kunnen toebrengen aan de belangen, omschreven in artikel 16, eerste lid. Artikel 16, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de verklaring onderscheidenlijk de omgevingsvergunning.