BWBR0009641
Geldig vanaf 1999-01-22
Artikel 12
Natuurbeschermingswet 1998
1. In geval van dringende noodzaak kan Onze Minister bij besluit een natuurmonument ten aanzien waarvan overeenkomstig artikel 11een besluit tot aanwijzing als beschermd natuurmonument wordt voorbereid reeds voorlopig als zodanig aanwijzen voordat de procedure, bedoeld in de artikelen 11en 13is voltooid.
2. Een besluit tot voorlopige aanwijzing vervalt zodra met inachtneming van de artikelen 11en 13een definitief besluit over aanwijzing als beschermd natuurmonument is genomen, doch in ieder geval een jaar nadat het ontwerp-besluit overeenkomstig artikel 11ter inzage is gelegd.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op gebieden als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, met dien verstande dat in het tweede lid de zinsnede beginnend met «doch in ieder geval» en eindigend met «ter inzage is gelegd» niet van toepassing is.
2. Een besluit tot voorlopige aanwijzing vervalt zodra met inachtneming van de artikelen 11en 13een definitief besluit over aanwijzing als beschermd natuurmonument is genomen, doch in ieder geval een jaar nadat het ontwerp-besluit overeenkomstig artikel 11ter inzage is gelegd.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op gebieden als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, met dien verstande dat in het tweede lid de zinsnede beginnend met «doch in ieder geval» en eindigend met «ter inzage is gelegd» niet van toepassing is.