BWBR0009641
Geldig vanaf 1999-01-22
Artikel 32
Natuurbeschermingswet 1998
1. Een schadebeoordelingscommissie wordt door het bevoegde gezag ingesteld.
2. De schadebeoordelingscommissie bestaat uit één of meer leden.
3. Een lid van een door Onze Minister ingestelde schadebeoordelingscommissie mag niet de betrekking bekleden van ambtenaar in dienst van het ministerie of van een dienst, bedrijf of instelling werkzaam onder verantwoordelijkheid van Onze Minister.
4. Met ambtenaar als bedoeld in het derde lid worden voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld zij die op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.
5. Een lid van een door gedeputeerde staten ingestelde schadebeoordelingscommissie mag niet de betrekking bekleden van:
a. commissaris van de Koning;
b. lid van gedeputeerde staten;
c. ambtenaar, door of vanwege het provinciaal bestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt.
6. Met ambtenaar als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, worden voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld zij die in dienst van de provincie op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.
2. De schadebeoordelingscommissie bestaat uit één of meer leden.
3. Een lid van een door Onze Minister ingestelde schadebeoordelingscommissie mag niet de betrekking bekleden van ambtenaar in dienst van het ministerie of van een dienst, bedrijf of instelling werkzaam onder verantwoordelijkheid van Onze Minister.
4. Met ambtenaar als bedoeld in het derde lid worden voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld zij die op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.
5. Een lid van een door gedeputeerde staten ingestelde schadebeoordelingscommissie mag niet de betrekking bekleden van:
a. commissaris van de Koning;
b. lid van gedeputeerde staten;
c. ambtenaar, door of vanwege het provinciaal bestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt.
6. Met ambtenaar als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, worden voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld zij die in dienst van de provincie op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.