BWBR0009641
Geldig vanaf 1999-01-22
Artikel 19ka
Natuurbeschermingswet 1998
1. Indien voor het realiseren of verrichten van een project of andere handeling naast de vergunning , bedoeld in artikel 19d, eerste lid, andere besluiten vereist zijn, bevordert het bestuursorgaan waarbij de initiatiefnemer met betrekking tot dat project of die handeling een aanvraag heeft ingediend dat hij in kennis wordt gesteld van die andere besluiten, waarvan het bestuursorgaan redelijkerwijs kan aannemen dat deze nodig zijn.
2. De initiatiefnemer kan bij één van de betrokken bestuursorganen schriftelijk om coördinatie van besluitvorming verzoeken.
3. Tot coördinatie van besluitvorming kan ook ambtshalve door de betrokken bestuursorganen in onderling overleg worden besloten. De initiatiefnemer wordt hiervan in kennis gesteld.
4. Indien een verzoek als bedoeld in het tweede lid is ingediend of indien ambtshalve tot coördinatie is besloten, wijzen de betrokken bestuursorganen uit hun midden een coördinerend bestuursorgaan aan. Indien, nadat er een verzoek is gedaan als bedoeld in het tweede lid, geen coördinerend bestuursorgaan is aangewezen, wordt als zodanig aangemerkt het bestuursorgaan dat als het hogere gezag kan worden aangemerkt.
5. Het coördinerend bestuursorgaan bevordert een doelmatige en samenhangende besluitvorming. De andere betrokken bestuursorganen verlenen alle medewerking die voor het welslagen van een doelmatige en samenhangende besluitvorming nodig is.
2. De initiatiefnemer kan bij één van de betrokken bestuursorganen schriftelijk om coördinatie van besluitvorming verzoeken.
3. Tot coördinatie van besluitvorming kan ook ambtshalve door de betrokken bestuursorganen in onderling overleg worden besloten. De initiatiefnemer wordt hiervan in kennis gesteld.
4. Indien een verzoek als bedoeld in het tweede lid is ingediend of indien ambtshalve tot coördinatie is besloten, wijzen de betrokken bestuursorganen uit hun midden een coördinerend bestuursorgaan aan. Indien, nadat er een verzoek is gedaan als bedoeld in het tweede lid, geen coördinerend bestuursorgaan is aangewezen, wordt als zodanig aangemerkt het bestuursorgaan dat als het hogere gezag kan worden aangemerkt.
5. Het coördinerend bestuursorgaan bevordert een doelmatige en samenhangende besluitvorming. De andere betrokken bestuursorganen verlenen alle medewerking die voor het welslagen van een doelmatige en samenhangende besluitvorming nodig is.