BWBR0009641
Geldig vanaf 1999-01-22
Artikel 11
Natuurbeschermingswet 1998
1. Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 10a, eerste lid, is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>van toepassing.
2. Zienswijzen met betrekking tot de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 10, eerste lid, worden naar voren gebracht bij gedeputeerde staten.
3. Binnen vier maanden na afloop van de in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>bedoelde termijn zenden gedeputeerde staten de naar voren gebrachte zienswijzen, vergezeld van hun beschouwingen, aan Onze Minister. Op verzoek van gedeputeerde staten kan Onze Minister de in de eerste volzin bedoelde termijn met acht weken verlengen.
2. Zienswijzen met betrekking tot de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 10, eerste lid, worden naar voren gebracht bij gedeputeerde staten.
3. Binnen vier maanden na afloop van de in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>bedoelde termijn zenden gedeputeerde staten de naar voren gebrachte zienswijzen, vergezeld van hun beschouwingen, aan Onze Minister. Op verzoek van gedeputeerde staten kan Onze Minister de in de eerste volzin bedoelde termijn met acht weken verlengen.