BWBR0009640
Geldig vanaf 1999-07-02
Artikel 19
Flora- en faunawet
1. Gedeputeerde staten kunnen een plaats die van wezenlijke betekenis is als leefomgeving voor een beschermde inheemse plantensoort of een beschermde inheemse diersoort, met het oog op instandhouding van die plaats ten behoeve van die soort, aanwijzen als beschermde leefomgeving. Het besluit bevat de kadastrale aanduiding van de percelen waarop de aangewezen plaats is gelegen en gaat vergezeld van een kaart waarop de plaats is aangegeven.
2. Een plaats als bedoeld in het eerste lid, kan niet worden aangewezen als beschermde leefomgeving, indien die gelegen is in een krachtens de <a href="/wet/BWBR0009641" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Natuurbeschermingswet 1998</a>aangewezen beschermd natuurmonument dan wel in een gebied ten aanzien waarvan een besluit tot aanwijzing als beschermd natuurmonument wordt voorbereid.
3. Een plaats als bedoeld in het eerste lid, kan niet worden aangewezen als beschermde leefomgeving voor een beschermde inheemse plantensoort of een beschermde inheemse diersoort, indien die gelegen is in een krachtens <a href="/wet/BWBR0009641/artikel/10a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10a van de Natuurbeschermingswet 1998</a>aangewezen gebied of in een gebied waarvan de aanwijzing als zodanig in overweging is genomen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009641/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12, derde lid, van de Natuurbeschermingswet 1998</a>en de instandhoudingsdoelstelling van dit gebied betrekking of mede betrekking heeft op de leefomgeving van die beschermde inheemse planten- of diersoort.
2. Een plaats als bedoeld in het eerste lid, kan niet worden aangewezen als beschermde leefomgeving, indien die gelegen is in een krachtens de <a href="/wet/BWBR0009641" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Natuurbeschermingswet 1998</a>aangewezen beschermd natuurmonument dan wel in een gebied ten aanzien waarvan een besluit tot aanwijzing als beschermd natuurmonument wordt voorbereid.
3. Een plaats als bedoeld in het eerste lid, kan niet worden aangewezen als beschermde leefomgeving voor een beschermde inheemse plantensoort of een beschermde inheemse diersoort, indien die gelegen is in een krachtens <a href="/wet/BWBR0009641/artikel/10a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10a van de Natuurbeschermingswet 1998</a>aangewezen gebied of in een gebied waarvan de aanwijzing als zodanig in overweging is genomen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009641/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12, derde lid, van de Natuurbeschermingswet 1998</a>en de instandhoudingsdoelstelling van dit gebied betrekking of mede betrekking heeft op de leefomgeving van die beschermde inheemse planten- of diersoort.