BWBR0009640
Geldig vanaf 1999-07-02
Artikel 30
Flora- en faunawet
1. Voorzover krachtens de artikelen 67of 68faunabeheerplannen worden geëist, behoeven deze de goedkeuring van gedeputeerde staten, gehoord het Faunafonds.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld waaraan faunabeheerplannen dienen te voldoen teneinde voor goedkeuring in aanmerking te kunnen komen.
3. De regels, bedoeld in het tweede lid, betreffen in ieder geval:
a. de omvang en begrenzing van het gebied waarop het faunabeheerplan betrekking heeft;
b. het duurzaam beheer van diersoorten in dat gebied;
c. de aard, omvang en noodzaak van de te verrichten handelingen ten aanzien van die diersoorten en
d. de wijzen waarop en de perioden waarin, onderscheiden naar die diersoorten, die handelingen worden verricht.
4. Faunabeheerplannen die de goedkeuring van gedeputeerde staten behoeven, worden door gedeputeerde staten voor een ieder ter inzage gelegd op het provinciehuis.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld waaraan faunabeheerplannen dienen te voldoen teneinde voor goedkeuring in aanmerking te kunnen komen.
3. De regels, bedoeld in het tweede lid, betreffen in ieder geval:
a. de omvang en begrenzing van het gebied waarop het faunabeheerplan betrekking heeft;
b. het duurzaam beheer van diersoorten in dat gebied;
c. de aard, omvang en noodzaak van de te verrichten handelingen ten aanzien van die diersoorten en
d. de wijzen waarop en de perioden waarin, onderscheiden naar die diersoorten, die handelingen worden verricht.
4. Faunabeheerplannen die de goedkeuring van gedeputeerde staten behoeven, worden door gedeputeerde staten voor een ieder ter inzage gelegd op het provinciehuis.