BWBR0009640
Geldig vanaf 1999-07-02
Artikel 25
Flora- en faunawet
1. Gedeputeerde staten kunnen de aanwijzing van een plaats als beschermde leefomgeving geheel of gedeeltelijk intrekken. De percelen waarop de intrekking betrekking heeft, worden kadastraal omschreven. In geval van gedeeltelijke intrekking gaat het besluit vergezeld van een kaart waarop is aangegeven op welk gedeelte van de plaats de intrekking betrekking heeft.
2. Het bepaalde in de artikelen 21, 22en 23is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een besluit als bedoeld in het eerste lid.
3. Een besluit houdende de aanwijzing van een plaats als beschermde leefomgeving vervalt met ingang van het tijdstip waarop die plaats deel uitmaakt van een onherroepelijk aangewezen beschermd natuurmonument als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0009641" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Natuurbeschermingswet 1998</a>.
2. Het bepaalde in de artikelen 21, 22en 23is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een besluit als bedoeld in het eerste lid.
3. Een besluit houdende de aanwijzing van een plaats als beschermde leefomgeving vervalt met ingang van het tijdstip waarop die plaats deel uitmaakt van een onherroepelijk aangewezen beschermd natuurmonument als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0009641" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Natuurbeschermingswet 1998</a>.