BWBR0009452
Geldig vanaf 1998-03-15
Artikel 9
Vaststelling programma’s en subsidieplafonds 1998 Subsidiebesluit milieugerichte technologie
1. Het Programma Demonstratieprojecten Motorvoertuigen (DEMO) heeft als doel het faciliëren van invoering op de Nederlandse markt van milieu-innovatieve wegvoertuigen onder marktconforme omstandigheden. Op het programma kan subsidie worden aangevraagd door gebruikers en aanbieders van wegvoertuigen, die eraan kunnen bijdragen dat de kansen op toepassing van milieutechnische vernieuwingen onder marktconforme omstandigheden toenemen.
2. Voor de toepassing van dit programma wordt verstaan onder:
3. Het subsidieplafond voor het programma, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op f 6.000.000.
4. De minimum projectkosten, het maximale subsidiepercentage van de projectkosten en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, zijn voor:
a. praktijkexperimenten: 1º f 200.000, 50% waarbij de subsidie ten hoogste f 2.000.000 bedraagt, of
2º f 200.000, 60% waarbij de subsidie ten hoogste f 2.000.000 bedraagt, indien de aanvrager een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG C 213) of indien de aanvrager geen ondernemer is;
1º f 200.000, 50% waarbij de subsidie ten hoogste f 2.000.000 bedraagt, of
2º f 200.000, 60% waarbij de subsidie ten hoogste f 2.000.000 bedraagt, indien de aanvrager een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG C 213) of indien de aanvrager geen ondernemer is;
b. demonstratieprojecten: 1º f 250.000, 35% waarbij de subsidie ten hoogste f 350.000 bedraagt, of
2º f 1.000.000, 25% waarbij de subsidie ten hoogste f 5.000.000 bedraagt;
1º f 250.000, 35% waarbij de subsidie ten hoogste f 350.000 bedraagt, of
2º f 1.000.000, 25% waarbij de subsidie ten hoogste f 5.000.000 bedraagt;
c. marktintroduktieprojecten: f 1.000.000, 25% waarbij de subsidie ten hoogste f 5.000.000 bedraagt, en voor
d. toepassingsprojecten: 15% waarbij de subsidie ten hoogste f 25.000 per personenauto bedraagt. Voor toepassingsprojecten gelden geen minimum projectkosten.
5. Projecten als bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, komen voor subsidie in aanmerking, indien het betreft meer dan 10 personenauto’s met een hybride of elektrisch aandrijfsysteem.
6. Projecten komen voorts voor subsidie in aanmerking, indien de wegvoertuigen uiterlijk 16 maanden na de datum waarop de aanvraag is ingediend op de openbare weg in gebruik worden genomen, dan wel - ingeval het project de vervanging van meer dan de helft van een wagenpark betreft - de eerste helft van de wegvoertuigen waarop het project betrekking heeft uiterlijk 16 maanden, onderscheidenlijk de tweede helft van de wegvoertuigen waarop het project betrekking heeft uiterlijk 32 maanden, na de datum waarop de aanvraag is ingediend in gebruik worden genomen en:
a. ze betrekking hebben op personenauto’s: 1º die voldoen aan de voorgestelde indicatieve Europese emissie-eisen voor 2005, zoals vastgelegd in gemeenschappelijk standpunt nr. 40/97 door de Raad vastgesteld op 7 oktober 1997 met het oog op aanneming van de richtlijn tot wijziging van de richtlijn nr. 70/220/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen (Pb EG C 351) en
2º die tenminste 20% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn dan het gemiddelde van alle in het voorafgaande kalenderjaar verkochte nieuwe auto’s met dezelfde afmeting als de projectauto’s, uitgedrukt in lengte maal breedte;
1º die voldoen aan de voorgestelde indicatieve Europese emissie-eisen voor 2005, zoals vastgelegd in gemeenschappelijk standpunt nr. 40/97 door de Raad vastgesteld op 7 oktober 1997 met het oog op aanneming van de richtlijn tot wijziging van de richtlijn nr. 70/220/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen (Pb EG C 351) en
2º die tenminste 20% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn dan het gemiddelde van alle in het voorafgaande kalenderjaar verkochte nieuwe auto’s met dezelfde afmeting als de projectauto’s, uitgedrukt in lengte maal breedte;
b. ze betrekking hebben op personenauto’s: 1º die voldoen aan de voorgestelde Europese emissie-eisen voor 2000, zoals vastgelegd in het in onderdeel a, onder 1°, bedoelde gemeenschappelijk standpunt en
2º die tenminste 40% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn dan het gemiddelde van alle in het voorafgaande kalenderjaar verkochte nieuwe auto’s met dezelfde afmeting als de projectauto's, uitgedrukt in lengte maal breedte;
1º die voldoen aan de voorgestelde Europese emissie-eisen voor 2000, zoals vastgelegd in het in onderdeel a, onder 1°, bedoelde gemeenschappelijk standpunt en
2º die tenminste 40% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn dan het gemiddelde van alle in het voorafgaande kalenderjaar verkochte nieuwe auto’s met dezelfde afmeting als de projectauto's, uitgedrukt in lengte maal breedte;
c. ze betrekking hebben op personenauto’s met volledig elektrische aandrijving, die lokaal emissievrij rijden en met inbegrip van energie-opwekking, CO2-armer zijn dan vergelijkbare voertuigtypen;
d. ze betrekking hebben op bestelauto’s die voldoen aan de voorgestelde Europese emissie-eisen voor 2005, zoals vastgelegd in de ontwerp-richtlijn van 4 april 1997 van het Europees parlement en de Raad met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen en tot wijziging van richtlijn 70/220/EEG van de Raad als gewijzigd bij Richtlijn 98/.../EG (PbEG C 106);
e. ze betrekking hebben op vrachtauto’s, speciale voertuigen en touringcars, die lokaal emissievrij kunnen rijden en die voldoen aan de op dit moment van toepassing zijnde Europese emissie-eisen;
f. ze betrekking hebben op vrachtauto’s, speciale voertuigen en touringcars met een dieselmotor: 1º die voldoen aan de voorgestelde Europese emissie-eisen voor 2000 zoals vastgelegd in het voorstel van de Commissie van 21 november 1997 voor een wijziging van de richtlijn nr. 88/77/EEG van de Raad van 3 december 1988 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door dieselmotoren bestemd voor het aandrijven van voertuigen, en
2º waarvan de emmissie voor NOx lager is dan 2.5 gram/kWh en voor deeltjes lager dan 0.08 gram/kWh;
1º die voldoen aan de voorgestelde Europese emissie-eisen voor 2000 zoals vastgelegd in het voorstel van de Commissie van 21 november 1997 voor een wijziging van de richtlijn nr. 88/77/EEG van de Raad van 3 december 1988 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door dieselmotoren bestemd voor het aandrijven van voertuigen, en
2º waarvan de emmissie voor NOx lager is dan 2.5 gram/kWh en voor deeltjes lager dan 0.08 gram/kWh;
g. ze betrekking hebben op vrachtauto’s, speciale voertuigen en touringcars met een LPG - of aardgasaandrijving: 1º die voldoen de in onderdeel f, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º waarvan de emissie voor NOx lager is dan 2 gram NOx/kWh;
1º die voldoen de in onderdeel f, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º waarvan de emissie voor NOx lager is dan 2 gram NOx/kWh;
h. ze betrekking hebben op vrachtauto’s, speciale voertuigen en touringcars: 1º die voldoen de in onderdeel f, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º die tenminste 15% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn per kilometer dan qua toepassing vergelijkbare voertuigtypen;
1º die voldoen de in onderdeel f, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º die tenminste 15% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn per kilometer dan qua toepassing vergelijkbare voertuigtypen;
i. ze betrekking hebben op stads- en streekbussen met een dieselmotor: 1º die voldoen aan de concept Europese emissie-eisen voor 2000 zoals vastgelegd in het voorstel van de Commissie van 21 november 1997 voor een richtlijn van de Raad en het Europees Parlement tot wijziging van de richtlijn 88/77/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door dieselmotoren bestemd voor het aandrijven van voertuigen, en
2º waarvan de emmissie voor NOx lager is dan 2.5 gram/kWh en voor deeltjes lager dan 0.08 gram/kWh;
1º die voldoen aan de concept Europese emissie-eisen voor 2000 zoals vastgelegd in het voorstel van de Commissie van 21 november 1997 voor een richtlijn van de Raad en het Europees Parlement tot wijziging van de richtlijn 88/77/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door dieselmotoren bestemd voor het aandrijven van voertuigen, en
2º waarvan de emmissie voor NOx lager is dan 2.5 gram/kWh en voor deeltjes lager dan 0.08 gram/kWh;
j. ze betrekking hebben op stads- en streekbussen met een hybride LPG- of aardgasaandrijving met een zo klein mogelijke verbrandingsmotor: 1º die voldoen de in onderdeel i, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º waarvan de emissie voor NOx lager is dan 2 gram NOx/kWh,
1º die voldoen de in onderdeel i, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º waarvan de emissie voor NOx lager is dan 2 gram NOx/kWh,
k. ze betrekking hebben op stads- en streekbussen: 1º die voldoen de in onderdeel i, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º die tenminste 15% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn per kilometer dan qua toepassing vergelijkbare voertuigtypen, of
1º die voldoen de in onderdeel i, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º die tenminste 15% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn per kilometer dan qua toepassing vergelijkbare voertuigtypen, of
l. ze betrekking hebben lichtgewichtopleggers als bedoeld onder nummer 6043 van de Milieulijst 1998, behorende bij de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijvingen milieu-investeringen, waarbij het bij de onderscheidenlijke trekkeropleggercombinaties vermelde leeggewicht met tenminste 5% is gereduceerd.
7. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen worden naast de in artikel 3, tweede lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie bedoelde beoordelingsaspecten betrokken de kosteneffectiviteit op lange termijn van de technische vernieuwing.
8. Projectkosten die zijn gemaakt voor de datum van indiening van de aanvraag, kunnen in aanmerking worden genomen, indien zij zijn gemaakt na de bekendmaking van het programma en geen samenhang vertonen met de indiening van de aanvraag. Kosten die gemaakt zijn ten behoeve van de indiening van de aanvraag behoren niet tot de projectkosten.
9. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
10. Subsidie-aanvragen worden ingediend voor 1 december 1998 bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu BV, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.
2. Voor de toepassing van dit programma wordt verstaan onder:
3. Het subsidieplafond voor het programma, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op f 6.000.000.
4. De minimum projectkosten, het maximale subsidiepercentage van de projectkosten en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, zijn voor:
a. praktijkexperimenten: 1º f 200.000, 50% waarbij de subsidie ten hoogste f 2.000.000 bedraagt, of
2º f 200.000, 60% waarbij de subsidie ten hoogste f 2.000.000 bedraagt, indien de aanvrager een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG C 213) of indien de aanvrager geen ondernemer is;
1º f 200.000, 50% waarbij de subsidie ten hoogste f 2.000.000 bedraagt, of
2º f 200.000, 60% waarbij de subsidie ten hoogste f 2.000.000 bedraagt, indien de aanvrager een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG C 213) of indien de aanvrager geen ondernemer is;
b. demonstratieprojecten: 1º f 250.000, 35% waarbij de subsidie ten hoogste f 350.000 bedraagt, of
2º f 1.000.000, 25% waarbij de subsidie ten hoogste f 5.000.000 bedraagt;
1º f 250.000, 35% waarbij de subsidie ten hoogste f 350.000 bedraagt, of
2º f 1.000.000, 25% waarbij de subsidie ten hoogste f 5.000.000 bedraagt;
c. marktintroduktieprojecten: f 1.000.000, 25% waarbij de subsidie ten hoogste f 5.000.000 bedraagt, en voor
d. toepassingsprojecten: 15% waarbij de subsidie ten hoogste f 25.000 per personenauto bedraagt. Voor toepassingsprojecten gelden geen minimum projectkosten.
5. Projecten als bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, komen voor subsidie in aanmerking, indien het betreft meer dan 10 personenauto’s met een hybride of elektrisch aandrijfsysteem.
6. Projecten komen voorts voor subsidie in aanmerking, indien de wegvoertuigen uiterlijk 16 maanden na de datum waarop de aanvraag is ingediend op de openbare weg in gebruik worden genomen, dan wel - ingeval het project de vervanging van meer dan de helft van een wagenpark betreft - de eerste helft van de wegvoertuigen waarop het project betrekking heeft uiterlijk 16 maanden, onderscheidenlijk de tweede helft van de wegvoertuigen waarop het project betrekking heeft uiterlijk 32 maanden, na de datum waarop de aanvraag is ingediend in gebruik worden genomen en:
a. ze betrekking hebben op personenauto’s: 1º die voldoen aan de voorgestelde indicatieve Europese emissie-eisen voor 2005, zoals vastgelegd in gemeenschappelijk standpunt nr. 40/97 door de Raad vastgesteld op 7 oktober 1997 met het oog op aanneming van de richtlijn tot wijziging van de richtlijn nr. 70/220/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen (Pb EG C 351) en
2º die tenminste 20% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn dan het gemiddelde van alle in het voorafgaande kalenderjaar verkochte nieuwe auto’s met dezelfde afmeting als de projectauto’s, uitgedrukt in lengte maal breedte;
1º die voldoen aan de voorgestelde indicatieve Europese emissie-eisen voor 2005, zoals vastgelegd in gemeenschappelijk standpunt nr. 40/97 door de Raad vastgesteld op 7 oktober 1997 met het oog op aanneming van de richtlijn tot wijziging van de richtlijn nr. 70/220/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen (Pb EG C 351) en
2º die tenminste 20% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn dan het gemiddelde van alle in het voorafgaande kalenderjaar verkochte nieuwe auto’s met dezelfde afmeting als de projectauto’s, uitgedrukt in lengte maal breedte;
b. ze betrekking hebben op personenauto’s: 1º die voldoen aan de voorgestelde Europese emissie-eisen voor 2000, zoals vastgelegd in het in onderdeel a, onder 1°, bedoelde gemeenschappelijk standpunt en
2º die tenminste 40% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn dan het gemiddelde van alle in het voorafgaande kalenderjaar verkochte nieuwe auto’s met dezelfde afmeting als de projectauto's, uitgedrukt in lengte maal breedte;
1º die voldoen aan de voorgestelde Europese emissie-eisen voor 2000, zoals vastgelegd in het in onderdeel a, onder 1°, bedoelde gemeenschappelijk standpunt en
2º die tenminste 40% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn dan het gemiddelde van alle in het voorafgaande kalenderjaar verkochte nieuwe auto’s met dezelfde afmeting als de projectauto's, uitgedrukt in lengte maal breedte;
c. ze betrekking hebben op personenauto’s met volledig elektrische aandrijving, die lokaal emissievrij rijden en met inbegrip van energie-opwekking, CO2-armer zijn dan vergelijkbare voertuigtypen;
d. ze betrekking hebben op bestelauto’s die voldoen aan de voorgestelde Europese emissie-eisen voor 2005, zoals vastgelegd in de ontwerp-richtlijn van 4 april 1997 van het Europees parlement en de Raad met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen en tot wijziging van richtlijn 70/220/EEG van de Raad als gewijzigd bij Richtlijn 98/.../EG (PbEG C 106);
e. ze betrekking hebben op vrachtauto’s, speciale voertuigen en touringcars, die lokaal emissievrij kunnen rijden en die voldoen aan de op dit moment van toepassing zijnde Europese emissie-eisen;
f. ze betrekking hebben op vrachtauto’s, speciale voertuigen en touringcars met een dieselmotor: 1º die voldoen aan de voorgestelde Europese emissie-eisen voor 2000 zoals vastgelegd in het voorstel van de Commissie van 21 november 1997 voor een wijziging van de richtlijn nr. 88/77/EEG van de Raad van 3 december 1988 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door dieselmotoren bestemd voor het aandrijven van voertuigen, en
2º waarvan de emmissie voor NOx lager is dan 2.5 gram/kWh en voor deeltjes lager dan 0.08 gram/kWh;
1º die voldoen aan de voorgestelde Europese emissie-eisen voor 2000 zoals vastgelegd in het voorstel van de Commissie van 21 november 1997 voor een wijziging van de richtlijn nr. 88/77/EEG van de Raad van 3 december 1988 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door dieselmotoren bestemd voor het aandrijven van voertuigen, en
2º waarvan de emmissie voor NOx lager is dan 2.5 gram/kWh en voor deeltjes lager dan 0.08 gram/kWh;
g. ze betrekking hebben op vrachtauto’s, speciale voertuigen en touringcars met een LPG - of aardgasaandrijving: 1º die voldoen de in onderdeel f, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º waarvan de emissie voor NOx lager is dan 2 gram NOx/kWh;
1º die voldoen de in onderdeel f, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º waarvan de emissie voor NOx lager is dan 2 gram NOx/kWh;
h. ze betrekking hebben op vrachtauto’s, speciale voertuigen en touringcars: 1º die voldoen de in onderdeel f, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º die tenminste 15% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn per kilometer dan qua toepassing vergelijkbare voertuigtypen;
1º die voldoen de in onderdeel f, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º die tenminste 15% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn per kilometer dan qua toepassing vergelijkbare voertuigtypen;
i. ze betrekking hebben op stads- en streekbussen met een dieselmotor: 1º die voldoen aan de concept Europese emissie-eisen voor 2000 zoals vastgelegd in het voorstel van de Commissie van 21 november 1997 voor een richtlijn van de Raad en het Europees Parlement tot wijziging van de richtlijn 88/77/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door dieselmotoren bestemd voor het aandrijven van voertuigen, en
2º waarvan de emmissie voor NOx lager is dan 2.5 gram/kWh en voor deeltjes lager dan 0.08 gram/kWh;
1º die voldoen aan de concept Europese emissie-eisen voor 2000 zoals vastgelegd in het voorstel van de Commissie van 21 november 1997 voor een richtlijn van de Raad en het Europees Parlement tot wijziging van de richtlijn 88/77/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door dieselmotoren bestemd voor het aandrijven van voertuigen, en
2º waarvan de emmissie voor NOx lager is dan 2.5 gram/kWh en voor deeltjes lager dan 0.08 gram/kWh;
j. ze betrekking hebben op stads- en streekbussen met een hybride LPG- of aardgasaandrijving met een zo klein mogelijke verbrandingsmotor: 1º die voldoen de in onderdeel i, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º waarvan de emissie voor NOx lager is dan 2 gram NOx/kWh,
1º die voldoen de in onderdeel i, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º waarvan de emissie voor NOx lager is dan 2 gram NOx/kWh,
k. ze betrekking hebben op stads- en streekbussen: 1º die voldoen de in onderdeel i, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º die tenminste 15% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn per kilometer dan qua toepassing vergelijkbare voertuigtypen, of
1º die voldoen de in onderdeel i, onder 1°, bedoelde emissie-eisen, en
2º die tenminste 15% minder brandstof verbruiken en CO2-armer zijn per kilometer dan qua toepassing vergelijkbare voertuigtypen, of
l. ze betrekking hebben lichtgewichtopleggers als bedoeld onder nummer 6043 van de Milieulijst 1998, behorende bij de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijvingen milieu-investeringen, waarbij het bij de onderscheidenlijke trekkeropleggercombinaties vermelde leeggewicht met tenminste 5% is gereduceerd.
7. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen worden naast de in artikel 3, tweede lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie bedoelde beoordelingsaspecten betrokken de kosteneffectiviteit op lange termijn van de technische vernieuwing.
8. Projectkosten die zijn gemaakt voor de datum van indiening van de aanvraag, kunnen in aanmerking worden genomen, indien zij zijn gemaakt na de bekendmaking van het programma en geen samenhang vertonen met de indiening van de aanvraag. Kosten die gemaakt zijn ten behoeve van de indiening van de aanvraag behoren niet tot de projectkosten.
9. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
10. Subsidie-aanvragen worden ingediend voor 1 december 1998 bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu BV, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.