BWBR0009452
Geldig vanaf 1998-03-15
Artikel 6
Vaststelling programma’s en subsidieplafonds 1998 Subsidiebesluit milieugerichte technologie
1. Het Programma Reductie Luchtemissies Bedrijven 1998 heeft als doel het bevorderen van de ontwikkeling en toepassing van grensverleggende technieken ter vermindering van de luchtemissies van bedrijfsprocessen of categorieën van verbrandingsinstallaties, die door de aard en omvang van hun emissies van belang zijn. Op het programma kan subsidie worden aangevraagd door bedrijven, (onderzoeks)instellingen, universiteiten, gemeenten, provincies en milieudiensten.
2. Het subsidieplafond voor het programma, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op:
a. voor haalbaarheidsprojecten op het gebied van conversie van biomassa in energie: f 250.000;
b. voor haalbaarheidsprojecten voor selectieve katalytische reductie-technieken en selectieve niet-katalytische reductie-technieken op het gebied van verbrandings- en procesemissies f 1.000.000 en voor andere haalbaarheidsprojecten op het gebied van procesemissies: f 250.000;
c. voor marktintroductie-, demonstratie- en kennisoverdrachtsprojecten op het gebied van NOx-reductie bij verbrandings- of procesinstallaties: f 10.000.000, en
d. voor onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten op het gebied van N2O-reducties: f 1.000.000.
3. Het maximale subsidiepercentage van de projectkosten en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, bedraagt:
a. voor haalbaarheidsprojecten voor selectieve katalytische reductie-technieken en selectieve niet-katalytische reductie-technieken: 75% met een maximum van f 50.000 en voor andere haalbaarheidsprojecten: 90% met een maximum van f 100.000;
b. voor demonstratieprojecten: 35% voorzover de projectkosten niet meer bedragen dan f 1.000.000 en 25% van de projectkosten voor het meerdere boven f 1.000.000 met een maximum van f 5.000.000;
c. voor kennisoverdrachtsprojecten: 90% met een maximum van f 200.000;
d. voor marktintroductieprojecten: 25% met een maximum van f 5.000.000;
e. voor onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten: 50% met een maximum van f 1.000.000.
4. Projecten als bedoeld in het tweede lid, onder a, komen voor subsidie in aanmerking, indien ze betrekking hebben op:
a. emissiemetingen in combinatie met het opstellen van een massa- en energiebalans, en
b. maximaal zes projecten waarvan er telkens ten hoogste twee zijn gericht op vergassingstechnieken, verbrandingstechnieken, dan wel op overige technieken.
5. Projecten als bedoeld in het tweede lid, onder b, komen voor subsidie in aanmerking:
a. voorzover het haalbaarheidsprojecten voor selectieve katalytische reductie-technieken en selectieve niet-katalytische reductie-technieken betreft: indien beoogd wordt de haalbaarheid van deze technieken te analyseren en te beoordelen vooruitlopend op een beslissing over het starten van een project dat voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het zevende lid of het achtste lid, onder a, b en c;
b. voorzover het andere haalbaarheidsprojecten betreft, indien ze betrekking hebben op:
aa. NOx-reductietechnieken en -maatregelen bij de productie van salpeterzuur;
bb. NOx-reductie door toepassing van oxy-fuel stoken bij ovenprocessen;
cc. NOx-reductietechnieken bij het sinterproces;
dd. NOx-reductietechnieken bij het pelletiseerproces, of technieken voor de reductie van het stikstofgehalte van anodes bij de primaire aluminiumindustrie.
6. Projecten als bedoeld in het tweede lid, onder c, komen voor subsidie in aanmerking, indien ze betrekking hebben op:
a. ketels voor het opwekken van stoom en fornuizen voor industriële processen waarbij de stookcapaciteit van de ketels respectievelijk fornuizen meer dan 10 MWth bedraagt;
b. gasturbine-installaties met een asvermogen groter dan 1MW, of
c. procesemissies van installaties met een afgasdebiet van van meer dan 10.000 m3/uur.
7. Marktintroductieprojecten als bedoeld in het tweede lid, onder c, komen voor subsidie in aanmerking, indien toepassing van selectieve katalytische reductie leidt tot een:
a. NOx-reductie bij stoomketels en fornuizen van tenminste 80% als ontwerpwaarde tot een niveau van ten hoogste: 1º 50 mg/m3 voor gasstook, of
2º 80 mg/m3 voor vloeibare en vaste brandstoffen;
1º 50 mg/m3 voor gasstook, of
2º 80 mg/m3 voor vloeibare en vaste brandstoffen;
b. NOx-restemissie bij gasturbine-installaties van ten hoogste 15 g/GJ als ontwerpwaarde, of
c. NOx-reductie bij installaties met procesemissies van tenminste 80% als ontwerpwaarde.
8. Demonstratieprojecten als bedoeld in het tweede lid, onder c, komen voor subsidie in aanmerking, indien door toepassing van:
a. selectieve katalytische reductie bij stoomketels en fornuizen een emissiereductie van tenminste 80% als ontwerpwaarde;
b. selectieve niet-katalytische reductie bij stoomketels en fornuizen en bij installaties met procesemissies een emissiereductie van tenminste 60% als ontwerpwaarde;
c. selectieve katalytische reductie in combinatie selectieve niet-katalytische reductie bij gasturbine-installaties een restemissie van ten hoogste 15 g/GJ wordt bereikt, of
d. geavanceerde verbrandingstechnieken bij gasturbine installaties, waarvan het asvermogen van de gasturbine niet meer bedraagt dan 10 MW, een restemissie van ten hoogste15 g/GJ wordt bereikt.
9. Kennisoverdrachtsprojecten als bedoeld in het tweede lid, onder c, komen voor subsidie in aanmerking, indien:
a. ze ingevolge het zevende of achtste lid voor subsidie in aanmerking komen en als marktintroductieproject of demonstratieproject reeds zijn uitgevoerd, tenzij
b. voor het betrokken project subsidie is verstrekt in het kader van dit programma.
11. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
12. Subsidie-aanvragen worden ingediend voor 1 december 1998 bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu BV, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.
2. Het subsidieplafond voor het programma, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op:
a. voor haalbaarheidsprojecten op het gebied van conversie van biomassa in energie: f 250.000;
b. voor haalbaarheidsprojecten voor selectieve katalytische reductie-technieken en selectieve niet-katalytische reductie-technieken op het gebied van verbrandings- en procesemissies f 1.000.000 en voor andere haalbaarheidsprojecten op het gebied van procesemissies: f 250.000;
c. voor marktintroductie-, demonstratie- en kennisoverdrachtsprojecten op het gebied van NOx-reductie bij verbrandings- of procesinstallaties: f 10.000.000, en
d. voor onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten op het gebied van N2O-reducties: f 1.000.000.
3. Het maximale subsidiepercentage van de projectkosten en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, bedraagt:
a. voor haalbaarheidsprojecten voor selectieve katalytische reductie-technieken en selectieve niet-katalytische reductie-technieken: 75% met een maximum van f 50.000 en voor andere haalbaarheidsprojecten: 90% met een maximum van f 100.000;
b. voor demonstratieprojecten: 35% voorzover de projectkosten niet meer bedragen dan f 1.000.000 en 25% van de projectkosten voor het meerdere boven f 1.000.000 met een maximum van f 5.000.000;
c. voor kennisoverdrachtsprojecten: 90% met een maximum van f 200.000;
d. voor marktintroductieprojecten: 25% met een maximum van f 5.000.000;
e. voor onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten: 50% met een maximum van f 1.000.000.
4. Projecten als bedoeld in het tweede lid, onder a, komen voor subsidie in aanmerking, indien ze betrekking hebben op:
a. emissiemetingen in combinatie met het opstellen van een massa- en energiebalans, en
b. maximaal zes projecten waarvan er telkens ten hoogste twee zijn gericht op vergassingstechnieken, verbrandingstechnieken, dan wel op overige technieken.
5. Projecten als bedoeld in het tweede lid, onder b, komen voor subsidie in aanmerking:
a. voorzover het haalbaarheidsprojecten voor selectieve katalytische reductie-technieken en selectieve niet-katalytische reductie-technieken betreft: indien beoogd wordt de haalbaarheid van deze technieken te analyseren en te beoordelen vooruitlopend op een beslissing over het starten van een project dat voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het zevende lid of het achtste lid, onder a, b en c;
b. voorzover het andere haalbaarheidsprojecten betreft, indien ze betrekking hebben op:
aa. NOx-reductietechnieken en -maatregelen bij de productie van salpeterzuur;
bb. NOx-reductie door toepassing van oxy-fuel stoken bij ovenprocessen;
cc. NOx-reductietechnieken bij het sinterproces;
dd. NOx-reductietechnieken bij het pelletiseerproces, of technieken voor de reductie van het stikstofgehalte van anodes bij de primaire aluminiumindustrie.
6. Projecten als bedoeld in het tweede lid, onder c, komen voor subsidie in aanmerking, indien ze betrekking hebben op:
a. ketels voor het opwekken van stoom en fornuizen voor industriële processen waarbij de stookcapaciteit van de ketels respectievelijk fornuizen meer dan 10 MWth bedraagt;
b. gasturbine-installaties met een asvermogen groter dan 1MW, of
c. procesemissies van installaties met een afgasdebiet van van meer dan 10.000 m3/uur.
7. Marktintroductieprojecten als bedoeld in het tweede lid, onder c, komen voor subsidie in aanmerking, indien toepassing van selectieve katalytische reductie leidt tot een:
a. NOx-reductie bij stoomketels en fornuizen van tenminste 80% als ontwerpwaarde tot een niveau van ten hoogste: 1º 50 mg/m3 voor gasstook, of
2º 80 mg/m3 voor vloeibare en vaste brandstoffen;
1º 50 mg/m3 voor gasstook, of
2º 80 mg/m3 voor vloeibare en vaste brandstoffen;
b. NOx-restemissie bij gasturbine-installaties van ten hoogste 15 g/GJ als ontwerpwaarde, of
c. NOx-reductie bij installaties met procesemissies van tenminste 80% als ontwerpwaarde.
8. Demonstratieprojecten als bedoeld in het tweede lid, onder c, komen voor subsidie in aanmerking, indien door toepassing van:
a. selectieve katalytische reductie bij stoomketels en fornuizen een emissiereductie van tenminste 80% als ontwerpwaarde;
b. selectieve niet-katalytische reductie bij stoomketels en fornuizen en bij installaties met procesemissies een emissiereductie van tenminste 60% als ontwerpwaarde;
c. selectieve katalytische reductie in combinatie selectieve niet-katalytische reductie bij gasturbine-installaties een restemissie van ten hoogste 15 g/GJ wordt bereikt, of
d. geavanceerde verbrandingstechnieken bij gasturbine installaties, waarvan het asvermogen van de gasturbine niet meer bedraagt dan 10 MW, een restemissie van ten hoogste15 g/GJ wordt bereikt.
9. Kennisoverdrachtsprojecten als bedoeld in het tweede lid, onder c, komen voor subsidie in aanmerking, indien:
a. ze ingevolge het zevende of achtste lid voor subsidie in aanmerking komen en als marktintroductieproject of demonstratieproject reeds zijn uitgevoerd, tenzij
b. voor het betrokken project subsidie is verstrekt in het kader van dit programma.
11. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
12. Subsidie-aanvragen worden ingediend voor 1 december 1998 bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu BV, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.